Uitgelezen: Lampje. Brief aan Annet Schaap.

Gepubliceerd op 25 september 2019 16:42

Beste Annet,

 

Ik moet u danken. Of anders en beter gezegd, ik wil u danken. Dat klinkt vrijer. Oprechter. Vrijheid en oprechtheid dienen hoog ingeschat te worden. Daarom die kleine correctie. Ik wil u dus danken. Voor uw boek. Uiteraard. Maar dat komt later. Verder in de brief. Vooreerst wil ik een dankwoord tot u richten om een heel andere reden. Ik wil u danken omdat u het kind in mij de gelegenheid gaf zich ten volle te uiten. Ongeremd. Zonder enig voorbehoud. Vaak zeg ik wel eens dat het kind in mij nog steeds onaangetast is. Alleen wordt het steeds moeilijker om als volwassen man dat kind de vrije baan te geven. Als dat dan al eens gebeurt, wordt vreemd opgekeken. Onverwachte dingen doen de wenkbrauwen fronsen. Met het lezen van uw boek was het anders. U gaf mij een vrijkaart. Met veel plezier aanvaardde ik die kaart. Telkens ik uw boek openklapte werd ik opnieuw dat kleine jongetje. Dat jongetje dat eenzaam met zijn boek op kamer zat. Dat jongetje dat zich liet opslokken door het verhaal. Dat jongetje dat zich de held waande uit het boek. Nu gebeurde net hetzelfde. Met het openklappen van het boek verdween ik in datzelfde boek. Met het dichtklappen van het boek diende ik mij te ontworstelen uit het boek. Want uw boek bleef aan mij kleven. Uw boek kon ik niet zomaar wegleggen.

 

Het was lang geleden dat ik mij nog op een dergelijke manier vereenzelvigde met een figuur uit een roman. Telkens leek het alsof Lampje in mij kroop. Het leek alsof ik Lampje werd. Haar woorden werden mijn woorden. Haar daden werden mijn daden. Haar verdriet werd mijn verdriet. Haar vreugde werd mijn vreugde. De wereld van Lampje werd mijn wereld. Er leek geen grens meer te bestaan tussen werkelijkheid en fictie. Die grens vervaagde. Die grens vloeide uit.

 

U trok mij een benauwende wereld in. U trok mij een donkere wereld in. Een wereld waar enig vreugdevol licht totaal afwezig was. Maar u gaf mij het perfecte gezelschap in die bevreemdende wereld. U gaf mij Lampje. Een meisje met een missie. Niet enkel wou zij haar vader redden. Zij wou ook dat zwarte huis opkleuren. Zij wou opnieuw kleuren laten binnendringen in dat kille huis. Bij aanvang leek het mij dat Lampje te veel hooi op haar vork nam. Te zware taken voor die frêle schoudertjes. Een dertiende werk van Hercules, zo kwam het mij voor. Moed en volharding kunnen evenwel wonderen verrichten. Dat bleek ook nu.

 

Ik had het u beloofd. In het begin van mijn brief. Ik zou u danken voor uw boek. Dat doe ik nu. Ik dank u. Dat doe ik niet zomaar. Daartoe heb ik mijn redenen. Uw boek is een pareltje. Een pareltje waarin op aangename wijze belangrijke waarden worden meegegeven. Wijze levenslessen, zo zou ik het ook kunnen noemen. Ik lees over vrijheid. Over verdraagzaamheid. In uw boek lees ik wat er zou kunnen gebeuren als mensen verder kijken dan enkel de verschillen. Als mensen eerder zouden kijken naar wat hen verbindt dan naar wat hen scheidt. Een mooie wereld, dat zou het kunnen worden. Maar ik moet voorzichtig blijven. Bijna lijkt het alsof ik sta te preken. Dat wil ik vermijden. Preken wil ik niet. Wat ik wel wil doen, is hopen. Uw boek lijkt die hoop te voeden. Dat stemt mij blij. Dat maakt mij gelukkig. Boeken die blij en gelukkig maken zijn een heerlijkheid.

 

Wat mij nog veel gelukkiger maakt, is het besef dat ik dit boek ooit zal voorlezen aan mijn petekindje. Aan Lilly. Dat zal ik niet beschouwen als een zwaar karwei. Integendeel. Met veel plezier zal ik het doen. In mij zal ik vele stemmetjes verzamelen. Ik zal Martha zijn. Ik zal Nick zijn. Ik zal Lennie zijn. Ik zal Edward zijn. Ik zal mijnheer en mevrouw Rozenhout zijn. Ik zal Augustus zijn. Ik zal Emilia zijn. Emilia, die ook wel Lampje wordt genoemd. Al die figuren zal ik zijn. Samen met mijn petekindje zal ik vertoeven in de vuurtoren. Samen met mijn petekindje zal ik verbannen worden naar het zwarte huis. Als straf. Samen met mijn petekindje zal ik het geheim ontsluieren van dat gevaarlijke monster op zolder. Samen met mijn petekindje zal ik alle avonturen ten volle beleven. Alle verhaallijnen zal ik net zoals bij de eerste lezing verorberen met een grote appetijt. Want dit is wat ik nu weet. Het zal mij niet vervelen. Het zal mij niet vervelen elk woord opnieuw te lezen. Omdat ik in de ogen van mijn petekindje die lichtjes zal zien. Diezelfde lichtjes die ik in mijn ogen voelde branden bij het lezen van uw boek. Lichtjes van bewondering. Lichtjes van verwondering. Lichtjes van verbazing. Lichtjes van verrukking. Allemaal lichtjes die mij doen beseffen dat uw boek een wonderlijk boek is. Een fantastisch boek.

 

Maar misschien moet ik het boek niet enkel voorlezen aan mijn petekindje. Misschien moet ik het aan iedereen voorlezen. Aan iedereen die ik ontmoet op straat. Op het werk. Op café. Misschien moet ik elk van hen aanspreken en vragen of ik stukjes uit Lampje zou mogen voorlezen. Om hen warm te maken. Om hen aan te zetten zelf dat verhaal te gaan lezen. Te gaan ontdekken. Want dat is wat iedereen zou moeten doen. Iedereen zou uw boek moeten gaan lezen. Kinderen. Volwassenen. Dit is geen kinderboek. Dit is geen boek voor volwassenen. Dit is een boek. Maar niet zomaar een boek. Dit is een boek waarvan Mary Poppins zou zeggen: supercalifragilisticexpialidocious. Of, zoals in het Nederlands, superformiweldigeindefantakolosachtig.

 

Ik kijk nu al uit naar dat moment dat mijn petekindje op weekend zal komen bij mij. Dat ik haar in bed zal stoppen en dat ik uw boek ter hand zal nemen en zal beginnen aan die eerste bladzijde. Ik zal haar zeggen dat ik een tijdje terug een prachtig verhaal heb gelezen. Over een dapper meisje. Een verhaal, dat ik haar nu zal vertellen. Zij zal mij glimlachend aankijken en in haar ogen zal ik de nodige aansporing lezen om aan dat verhaal te beginnen. Zij en ik zullen genieten. Zij voor de eerste maal. Ik voor de tweede maal.

 

Beste Annet. Van ganser harte bedankt. Voor die wonderlijke wereld. Voor dat fantastische boek. U schonk mij vele, mooie en intense uren. Lampje zal mij nooit meer loslaten. Ik zal Lampje nooit meer loslaten. Voortaan zijn wij vrienden. Voor het leven. Voor dat alles wil ik u nogmaals danken. Languit en welgemeend.

 

Met vriendelijke groeten.

Foto: Paul de Smet de Naeyerplein, Gent (@wimleest)


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.