Economie in de slaapkamer. Brief aan Paul De Grauwe.

Gepubliceerd op 12 augustus 2019 12:55

Beste Paul,

 

Laat mij maar meteen met de deur in huis vallen. In de slaapkamer doe ik wel eens dingen die niet zouden mogen. Althans als ik de wetenschappers moet geloven. Die wetenschappers die zich specialiseren in de slaap. Die wetenschappers die onderzoeken wat tot een goede nachtrust kan leiden. In al hun adviezen zeggen zij telkens weer dat in de slaapkamer enkel mag geslapen worden. Met uitzondering misschien van dat ene. Dat ene andere. Daarover zal ik niet uitweiden. Wil ik niet uitweiden. U bent professor. Daarover wens ik u helemaal niet te onderhouden. Mijn brief dient een ander doel. In de slaapkamer durf ik al eens te lezen. Even voor het slapengaan durf ik mij al eens te verdiepen in een artikel, dat ik uit mijn Knack scheurde en in mijn nachtkastje verzamel. Over één van die artikels wil ik het met u hebben. In februari had Knack een interview met u. Bedoeling van het interview is een evaluatie te maken van het beleid van de regering-Michel. Dat interview heb ik gelezen. Enkele maanden later. In bed.

 

Ik kan het u nu al zeggen. Na het lezen van dat artikel sliep ik nog nooit zo vast. Sliep ik nog nooit zo diep. Niet omdat het slaapverwekkend was. Geenszins. Dat artikel bracht een zekere rust over mij. Omdat ik eindelijk las wat ik al vermoedde. Bij mij zijn het evenwel vermoedens. Bij u is het ‘hard evidence’. Zoals ik al zei, u bent professor. Professor aan de London School of Economics. Wat u zegt is onderbouwd. Alvorens u spreekt, denkt u na. In dat artikel sloopt u een aantal heilige huisjes. U gaat in tegen een aantal wetmatigheden, die door werkgeversorganisaties en vele politici als onaanraakbaar (bijna heilig) worden beschouwd. Dat maakt mij blij. Dat maakt mij heel blij. Blijheid leidt tot rust. Rust leidt dan weer tot een diepe en vaste slaap. Maar wat had ik dan gelezen dat mij zo blij maakte?

 

Vakbonden zijn loslopend wild waarop vrijuit kan geschoten worden. Door critici en opiniemakers worden die vakbonden al te vaak weggezet als oubollig. Als voorbijgestreefd. Als niet meer ter zake doend. Dat bleek nog maar eens bij de nationale staking van 13/02 tegen de voorgestelde loonnorm van 0,8 procent. Die staking botste bijna enkel op onbegrip. U deelde dat onbegrip niet. Integendeel. U begreep het protest. U wees er op dat de reële groei van de economie tussen de 1 en 1,5 procent per jaar bedraagt. U noemt 0,8 procent loonopslag voor twee jaar wat weinig en voegt er aan toe dat een groter deel van de winst naar het kapitaal gaat. Naar de aandeelhouders. U stelt dat het aandeel van de economische groei dat naar lonen gaat de voorbije twintig jaar stelselmatig is gedaald.

 

In die discussie over loonopslag wordt het argument van de loonhandicap ten opzichte van onze buurlanden steeds weer herhaald. U verwijst dat argument naar de prullenbak. U ontkracht dat argument. U erkent dat de loonkosten per uur in België bij de hoogste in Europa zijn. Maar tegelijk vraagt u ook te kijken naar de productiviteit. Als wij ook dat in rekening brengen, zien wij dat België ongeveer op hetzelfde niveau staat als onze buurlanden en geen achterstand meer heeft.

 

Net als de vakbonden worden ook de gele hesjes verketterd. Hun grieven worden als onterecht weggezet. De gele hesjes worden aan de schandpaal genageld. Alweer doet u niet mee aan deze publieke veroordeling. Alweer vraagt u begrip. U zegt dat de gele hesjes zien dat de koek groter wordt maar dat hun deel de voorbije decennia niet gelijkmatig is toegenomen. De ongelijkheid is in de hele westerse wereld groter geworden. Ook bij ons neemt de druk op de onderkant van de samenleving toe. U waarschuwt. Als grote groepen mensen vinden dat het marktsysteem niet langer billijk is, hebben we met zijn allen een groot probleem. De gele hesjes moeten dus niet zomaar opzij gezet worden. Hun grieven moeten ernstig genomen worden.

 

U laat ook uw licht schijnen over de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen. In heel die discussie herinnert u er aan dat die uitkering in de eerste plaats een verzekering is die ervoor moet zorgen dat mensen niet in de armoede terechtkomen als zij hun job verliezen. Een verder verlagen van de uitkering wijst u dan ook af.

 

U blijft stilstaan bij een hervorming van de personenbelasting. U bent voorstander van een echte progressiviteit van de personenbelasting. U maakt duidelijk wat u hiermee bedoelt. De middenklasse moet minder snel in de hoogste belastingschijven terechtkomen en dus minder belastingen betalen. De mensen die heel veel verdienen, zouden tegen een veel hoger tarief moeten belast worden. Over exacte cijfers hebt u het niet. Maar een heffing van negentig procent belasting op alles wat iemand boven één miljoen euro per jaar verdient, zou best wel mogen overwogen worden. Onmogelijk? Niet realistisch? U verwijst naar de VS en het Verenigd Koninkrijk. Tot in de jaren zeventig piekten de hoogste tarieven in die landen tot boven de 90 procent. Het kan dus.

 

In heel die discussie hebt u nog een extra argument. U zegt dat miljardairs een gevaar zijn voor de democratie. U kijkt om u heen en stelt vast dat zij hun middelen gebruiken om de politieke agenda te beïnvloeden. Zij kopen de media op en manipuleren de publieke opinie. Alweer verwijst u hiervoor naar de VS en Engeland.

 

Aansluitend vraagt u ook om een vermogensbelasting. Hiervan zou dringend werk moeten worden gemaakt. Omwille van de billijkheid. U stelt evenwel vast dat het bij schuchtere pogingen blijft. Een speculatiebelasting. Een effentaks. U plaatst vraagtekens bij die maatregelen, die nauwelijks iets opleverden. U stelt vast dat een kleine groep van superrijken buitenproportioneel veel invloed heeft op het beleid. Zij dreigen politici af. Het moet anders. Om zo het idee te versterken dat rechtvaardigheid in fiscaliteit toch realiseerbaar is.

 

Tot slot schaart u zich achter de klimaatspijbelaars. Die zouden geïnfiltreerd zijn door extreemlinks. Meer aandacht ging naar de politieke motivatie van die spijbelaars dan naar de uitdagingen en problemen, die diezelfde spijbelaars aankaartten. U beschouwt dat als een verdekte manier om te zeggen dat de klimaatproblematiek hen niet interesseert. De bewering dat jongeren wiskunde en wetenschappen moeten studeren en technologieën ontwikkelen die de opwarming van de aarde zullen tegenhouden, zet u weg als een soort van ontkenning.

 

In het klimaatdebat vraagt u om maatregelen. Wegkijken kan niet meer. U vraagt om een zware belasting van CO2 uitstoot van vliegtuigen. U vraagt de kostprijs (aan het milieu) van het transport in e-commerce eindelijk door te rekenen. U pleit voor een afschaffing van de salariswagens maar voegt hieraan onmiddellijk toe dat de nettolonen van die werknemers moeten stijgen. U zegt dat de overheid alternatieven moet aanbieden voor de auto en veel meer moet investeren in het openbaar vervoer.

 

Dat alles las ik in bed. U plaatste thema’s en standpunten in het middelpunt. Thema’s en standpunten die als evident kunnen beschouwd worden maar waar in het politieke wereldje al veel te lang wordt omheen gefietst. De thema’s en standpunten die u aankaart worden in datzelfde wereldje al te vaak weggezet als niet realiseerbaar. Als niet realistisch. U doet dat niet. Integendeel. U beschouwt uw standpunten als een mogelijke uitweg uit de impasse. Een mogelijke uitweg die populisten kan ontwapenen. Dat alles te mogen lezen maakt mij blij. Maar dat had ik al gezegd.

 

Beste Paul. Ik wil u danken voor dit verhaaltje, even vóór het slapengaan. Van harte bedankt.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.