Bravo! meneer Bruegel van Theatergezelschap Laika, gezien in het Openluchtmuseum Bokrijk. Brief aan de spelers en muzikanten.

Gepubliceerd op 30 juli 2019 07:37

Beste,

 

Ik had het niet voor mogelijk gehouden. Toch gebeurde het. Ik keerde terug naar het Openluchtmuseum Bokrijk. Na bijna meer dan veertig jaar. Ik kan mij nauwelijks nog iets herinneren van die schoolreis. Ik kan niet vertellen of ik het goed vond. Of ik het slecht vond. Het enige dat ik mij nog kan herinneren zijn die boterhammen. Boterhammen met choco. Boterhammen met ei. Die nam ik telkens mee op schoolreis. Die boterhammen waren een certitude. Lekkere dingen vergeet men niet. De rest van die schoolreis vervaagde. Bokrijk liet geen blijvende indruk na. Ik was een kind, ik wist niet beter.

 

Ik keerde dus terug naar Bokrijk. Deze keer was het geen verplichting. Uit vrije wil kwam ik terug. Op uitnodiging van Pieter Bruegel de Oude. Bij wijze van spreken, welteverstaan. Vierhonderdvijftig jaar geleden overleed de kunstenaar. Een ideale gelegenheid om even stil te staan bij het leven van de kunstenaar. Om de tijd waarin hij leefde even te herdenken. Het werd iets meer dan enkel stilstaan. Het werd iets meer dan enkel herdenken. Rond deze Vlaamse meester werd voorwaar een heus themajaar uitgewerkt. Met bijzondere exposities en activiteiten.

 

Het Openluchtmuseum stapte mee in dit project. Met De wereld van Bruegel leverde het museum een eigen bijdrage. Langsheen het Bruegelparcours kon de bezoeker de landschappen en taferelen uit de werken van Bruegel ontdekken. Dat hadden wij enigszins verkeerd begrepen. Al te voortvarend hadden wij gedacht in het Openluchtmuseum de werken van Bruegel te mogen aanschouwen. Dat viel tegen. Geen enkel werk viel er te bespeuren. Wij hadden teleurgesteld kunnen zijn. Toch waren we dat niet. Toch waren we dat geenszins niet. Want er was die ene extra. Die ene fijne en fantastische extra. Die ene extra waarvoor iedereen naar Bokrijk zou moeten komen.

 

Tijdens de zomervakantie brengt theatergezelschap Laika, theater der zinnen, de familievoorstelling ‘Bravo! meneer Bruegel’. Dat was die ene extra.  Spelers en muzikanten zouden Bruegels bekende werk ‘De strijd tussen Carnaval en Vasten’ tot leven wekken. Dat was de info die we hadden. De enige info. Meer wisten we niet. Ik moet u eerlijk bekennen, we waren een beetje wantrouwig. Misschien zelfs een beetje vooringenomen. Met een bang hart zochten we een plaatsje op de tribune.

 

Wat toen gebeurde, kan ik nauwelijks beschrijven. De spelers en muzikanten kwamen op. In een lange stoet. Mijn vooringenomen wantrouwigheid smolt als sneeuw voor de zon. Meteen zat ik in het verhaal. Geen enkele aanpassing nodig. De spelers namen mij bij de hand om bij pas aan het eind van de voorstelling los te laten. Gebiologeerd zat ik te kijken. Geboeid zat ik te luisteren.

 

Een schilderij kwam tot leven. Dat was de belofte, die ons gedaan was. Die belofte werd ingelost. Meer dan ruimschoots. De dikke, vette Carnaval op de bierton en de dorre, magere Vasten op een bidstoel werden het podium opgetrokken. De kreupelen en de bedelaars sleepten zich voorbij de tribune. We maakten kennis met Valentijn en Oerson. De wildeman en de ridder. De herder Mopsus en het herderinnetje Nisa verschenen ook ten tonele. Jawel, alle figuranten uit het schilderij mogen in Bokrijk heel even schitteren. Zij mogen heel eventjes uit het schilderij stappen om het publiek te entertainen. Op een overtuigende wijze. Op een schitterende wijze.

 

Toch doet de familievoorstelling meer dan enkel entertainen. De voorstelling houdt de toeschouwer een spiegel voor. Het werk van Bruegel wordt vertaald naar de huidige tijden. In de voorstelling sluipt een kritische geest. Vragen worden gesteld. Opmerkingen worden gemaakt. Het klimaatvraagstuk. Het consumentisme. Het populisme. Het neoliberalisme. Al die thema’s worden handig verpakt en in de voorstelling gedropt. Soms heel prominent. Soms heel subtiel. De kijker moet luisteren. De kijker moet ontcijferen. Het lijkt alsof de boodschap van Bruegel een update krijgt in deze voorstelling. Op een ludieke wijze wordt het publiek voorgehouden dat het de verkeerde richting uitgaat met onze planeet. Dat wij dienen te handelen. Niet seffens. Niet subiet. Wel nu. Wel onmiddellijk.

 

U hebt mij verrast. U hebt mij weggeblazen. In het begin van de voorstelling zat ik nog wat te schuiven op mijn stoel. Uit onwennigheid. Ik kende u niet. Ik wist niet wat te verwachten. Maar dat schuiven duurde niet lang. Viel onmiddellijk stil. Omdat ik mij wilde focussen op jullie spel. Op jullie muziek. Op jullie woorden. Op jullie gebaren. Niks wilde ik missen. Alles wilde ik in mij opnemen. Want al vrij snel wist ik dat wat hier gebeurde één van die zeldzame keren is. Die zeldzame keren waarop iets onverwachts en onbekends uitgroeit tot iets fenomenaals. Tot iets fantastisch. Tot iets hemels. Dat is wat wij een aangename verrassing noemen. Dat is wat wij een unieke belevenis noemen.

 

Een kenner van Pieter Bruegel de Oude mag ik mij niet noemen. Dat ben ik niet. Geenszins niet. Maar na de voorstelling ken ik dat ene werk. De strijd tussen Carnaval en Vasten. Dat werk zal ik nooit meer vergeten. Dat werk zal ik mij blijvend herinneren. Dankzij u. Als ik later zal terugdenken aan dat werk, zal ik glimlachen. Heel misschien zal ik bulderen van het lachen. Want ik zal aan jullie denken. Aan jullie theatergezelschap. Aan jullie fantastische spel. Aan jullie gekke verhaal.

 

Beste, ik wil jullie danken. Omdat jullie mij geraakt hebben. Omdat jullie mij ontroerd hebben. Omdat jullie mij die lach hebben geschonken.  Die traan.  Voor dat alles wil ik jullie van ganser harte danken. Languit en welgemeend.

 

Met vriendelijke groeten.

 

PS: Ook wil ik u nog danken voor het drankje.  Voor de wafeltjes.  Het was lekker.  Meer dan lekker.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Veerle De Waele
22 dagen geleden

Chapeau!
Wervelend theater, ongelofelijk spelplezier, een lach en een traan, fantastische kostuums, treffende muziek, goede teksten, enfin, een hele mooie wereld neergezet.
Dankjulliewel hiervoor!