Mare Madre van Compagnie Cecilia, gezien in De Expeditie. Brief aan Marijke Pinoy en Titus De Sutter Pinoy.

Gepubliceerd op 2 november 2026 om 12:09

Beste Marijke,
Beste Titus,

 

Laat mij maar meteen met de deur in huis vallen.  Nooit eerder wist een toneelstuk mij zo te raken.  Nooit eerder kwam een toneelstuk zo hard binnen.  Misschien zal u denken dat voorgaande naar een lichte overdrijving neigt.  Ik kan u zeggen, dat is het niet.  Enige toelichting kan u misschien voorgaande doen begrijpen.  Mijn moeder is tweeënnegentig jaar.  Samen met mijn vader woont zij in een woonzorgcentrum.  Het besef van afscheid heeft zich in mijn hoofd vastgezet.  Ik ben een vrolijke jongen maar zelfs vrolijke jongens moeten realistisch zijn.  Niemand heeft het eeuwige leven.  Dus, jawel, dat besef van afscheid heeft een invloed op onze gesprekken.  Wij voeren een ander soort gesprekken.  Wij praten over dingen waarover voordien nooit zou gesproken worden.  De gesprekken blijven niet aan de oppervlakte.  Ze graven dieper.  Mijn moeder praat vrijuit.  Alsof zij lijkt te beseffen dat juist die dingen moeten gezegd worden die dienen gezegd te worden.  Alsof zij lijkt te beseffen dat zij mij de nodige stukken dient aan te leveren om later, als het nodig is, de volledige puzzel te kunnen leggen.  Die gesprekken zijn niet zwaar van toon.  Die gesprekken zijn net licht.  Alsof wij blij zijn dat die dingen eindelijk uitgesproken worden.  Alsof wij blij zijn dat die dingen eindelijk gehoord worden.  Elk ding is deel van het loslaten. 

 

In figuurlijke zin kan ik zeggen dat ik een strandjutter ben.  Ik sprokkel herinneringen.  Ik sprokkel woorden.  Ik sprokkel beelden.  Net zozeer kan ik zeggen dat mijn moeder de zee is.  In het spel van eb en vloed laat zij de herinneringen, woorden en beelden aanspoelen op het strand.  Het strand waarlangs ik loop.  Constant op zoek.  In het geluid van de golven hoor ik ons praten.  Hoor ik ons lachen.  Hoor ik ons zwijgen.  Alles wat aanspoelt, hou ik dicht bij mij.  Schrik om het te verliezen.  Om het definitief kwijt te raken. 

 

Bij het lezen van mijn brief zal u zich misschien afvragen waar mijn vader in heel dat verhaal is.  Mijn vader lijdt aan dementie.  Echte gesprekken voeren wij nog nauwelijks.  Wij hebben een andere taal moeten zoeken.  Een taal van aanrakingen.  Van omhelzingen.  Van oogcontact.  Van glimlachen.  Mijn moeder heeft de taak van woordvoerder op zich genomen.  De woordvoeder van hun verbond.  Van hun liefde.  Dat gegeven maakt ook deel uit van onze gesprekken.

 

Aan dat alles moest ik denken toen ik naar u keek.  Toen ik naar u luisterde.  Het leven is een continu proces van bijhouden en loslaten.  Elk op zijn beurt.  De moeder.  De zoon.  Ik zag die sterke band tussen moeder en zoon.  Ik zag wat de moeder voor de zoon betekende.  Ik zag wat de zoon voor de moeder betekende.  Ik zag liefde.  Warm en intens.  Ik zag een zoon die pas zou loslaten als hij klaar was.  Als hij de puzzel had gelegd.  Als hij alle stukjes had samengelegd om dan het beeld van zijn moeder scherp te hebben.  Want een moeder is geen stukje.  Een moeder is een verzameling van ontelbare stukjes.  Waarbij elk stukje een deel is van die rijke verscheidenheid.  De moeder in al haar facetten.

 

Het zou zomaar kunnen gebeuren dat wat ik schreef helemaal naast de kwestie is.  Dat ik het toneelstuk helemaal mis begrepen heb.  Als dat zo zou zijn, dan neem ik deze dwaling helemaal voor mijn rekening.  Alleen, ik kan alleen maar schrijven wat ik voelde.  Alles wat ik voelde, kwam samen in die ene slotscène.  In het verdwijnen van de moeder tussen de golven.  In dat ene wuivende handgebaar van de moeder.  Daarin zat alles.  In dat handgebaar zat de synthese.

 

Beste Marijke.  Beste Titus.  Toen ik naar huis reed, kwamen alle indrukken bij mij binnen.  Alle interpretaties.  Alle gelijkenissen.  Ik moest huilen.  Omdat ik mij begrepen voelde.  Omdat wat ik ervaarde, vertaald zag op het podium.  Ik ging harder trappen.  Ik wou thuis zijn.  Bij mijn vrouw.  Ik wilde haar vertellen wat ik gezien had.  Ik wilde haar vertellen dat ik een schitterend stuk had gezien.  Met prachtige mensen.  Ik kwam thuis.  Ik omhelsde haar.  Ik vertelde.  Ik ging slapen.  Met een warm gevoel.  Met een blij gevoel.  Voor dat alles wil ik u danken.  Van ganser harte.  Dank dus.  Dank.  Dank.  Dank.

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.