Uitgelezen: Liefde in het Derde Rijk. Brief aan Martin Michael Driessen.

Gepubliceerd op 29 oktober 2026 om 13:15

Beste Martin Michael,

 

In mijn kinderlijke fantasie stelde ik mij voor dat elke mens de speelpop was van iets of iemand.  Voor die iets of iemand was de mens niks meer dan een Playmobil popje.  Zolang dat die iets of iemand zijn of haar speelpop niet moe was, bleef de mens in leven.  Een mens kon dus maar hopen dat degene die met hem of haar ‘speelde’ voldoende inspiratie had om het spel te blijven spelen.  Voldoende variatie kon bedenken om het spel boeiend te houden.  Want eenmaal dat verveling de kop zou opsteken, zou de speelpop aan de kant gelegd worden en zou die ene mens dus sterven.  Zo stelde ik het mij voor.

 

Toen ik uw boek las, moest ik denken aan de verbeelding van mijn jongere ik.  In uw boek geeft u het verhaal in handen van de Nornen.  Noordse volkeren geloofden dat het menselijk bestaan werd gedirigeerd door die Nornen.  U laat ze aan de slag gaan met uw drie protagonisten: Georg, Lore en Klara.  De drie schikgodinnen wikken en beschikken.  Vredestijden lijken voor schikgodinnen weinig in petto te hebben.  Vredestijden prikkelen te weinig.  Vredestijden zijn saai.  Daarom plaatst u uw protagonisten in het hart van de Tweede Wereldoorlog.  In nazi Duitsland.  Dat tijdskader moet de schikgodinnen voldoende inspireren om volledig los te gaan.  Die schikgodinnen tekenen voor elk van uw hoofdrolspelers een intens parcours uit.  Lore en Klara scharen zich vol overtuiging achter de nazistische ideeën terwijl Georg eerder kan weggezet worden als een meeloper. 

 

In de voetsporen van Lore, Klare en Georg volgen wij het verloop van de oorlog.  Wij zijn deel van de euforie bij de eindeloze zegebulletins aan het begin van de oorlog.  Wij voelen de sfeer kantelen bij de eerste tekenen van tegenstand en verlies.  Om dan getuige te zijn van de volledige instorting van het Duitse Rijk en de chaotische terugtocht.  Wat mij telkens weer verbaast, is dat de nakende ondergang mensen zoals Lore en Klara nog hechter vastklikt aan het misdadige regime.  Terwijl Georg alles in het werk stelt om zijn wapens neer te leggen en zich over te geven aan de vijand. 

 

Elk gaat zijn eigen weg.  Zo had het kunnen zijn.  Maar de schikgodinnen leveren het bewijs bijzonder inventief te zijn.  Zij sturen het verhaal een verrassende richting uit.  Een richting waarin de drie hoofdrolspelers toch op een of andere wijze samenkomen.  U komt tot een finale die ik helemaal niet had verwacht.  Een mogelijk einde komt tot een nieuw begin.

 

Bij uw boek moet ik vaak denken aan The Handmaid’s Tale.  Terwijl Klara aanvankelijk kleuterjuf was, schopt zij het in uw verhaal uiteindelijk tot leider van Lebensborn, een project van Heinrich Himmler dat het Duitse geboortecijfer moet opkrikken.  Als ik lees over Klara, moet ik denken aan tante Lydia, de chef van de dienstmaagden.  Beiden geven zich voor de volle honderd procent over aan hun opdracht.  Nergens is er twijfel.  Hun trouw aan de leider is onwrikbaar.  Is onwankelbaar.

 

Uw boek doet mij ook nadenken over mijn houding in gelijkaardige omstandigheden.  Aan welke kant zou ik staan? Welke positie zou ik innemen? Zou ik mij aan de zijde scharen van de fanatici? Zou ik mij bekennen tot het legertje van de meelopers? Zou ik mij gedeisd houden en wegkijkend zwijgen? Zou ik mij verzetten? Een antwoord heb ik niet.  Wat ik wel heb, is de hoop nooit voor een dergelijke keuze gesteld te worden.  Ik zou een Lore kunnen zijn.  Ik zou een Klara kunnen zijn.  Ik zou een Georg kunnen zijn.  Ik zou een … kunnen zijn.  Ik weet het niet.  Voorwaar een beangstigende gedachte.

 

Uw boek gaat over oorlog.  Dat zou een oppervlakkige samenvatting kunnen zijn van uw boek.  Als ik evenwel dieper graaf kom ik uit bij een zoektocht naar liefde.  Naar bevestiging.  Naar de nood ergens toe te behoren.  Naar de wil deel te zijn van iets groters.  Het is bijna een schreeuw naar erkenning.  Naar aanvaarding.  Een schreeuw die kan gehoord worden door verkeerde personen en tot verkeerde keuzes kan leiden.

 

Beste Martin Michael.  Dit boek was mijn eerste kennismaking met u.  Voordien was u mij onbekend.  Ik mag zeggen, het was een meer dan aangename kennismaking.  Ik mocht in u een meesterverteller ontdekken.  Ik mocht ervaren hoe u een sfeer weet te scheppen.  Een sfeer die mij losweekt van mijn leesplek en mij in het verhaal doet tuimelen.  Ik laat mij meeslepen door uw woorden.  Woorden die u als een literair architect op elkaar weet te stapelen.  Jawel, ik heb genoten van uw taalkundig vakmanschap.  Daarom wil ik u bedanken.  Van ganser harte.  Dank dus.  Dank.  Dank.  Dank.

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb