Jamie Cullum, gezien op Gent Jazz Festival. Brief aan Jamie Cullum.

Gepubliceerd op 2 juli 2019 16:45

Beste Jamie,

 

Geluk bestaat. Toeval bestaat. Sinds zaterdagavond weet ik het zeker. Ik zou een volledig exposé kunnen neerschrijven waarom ik tot die besluiten kom. Toch doe ik het niet. Een brief hoort beknopt te zijn. Al te lange uitweidingen dienen vermeden te worden. Daarom zal ik het dus kort houden. U ziet, ik ben consequent. Ik zal u enkel vertellen dat een zaterdagse avond in het Gentse bluescafé Missy Sippy mij zondag naar de Bijloke bracht. Naar het Gent Jazz Festival. Plots had ik een toegangsticket. Die zaterdagavond ging ik opnieuw geloven in de muziekgoden. Zij bestaan. Ik luister wel eens naar muziek. Of neen, laat het mij anders formuleren. Ik moet eerlijk zijn. Ik luister vaak naar muziek. Heel vaak. Om die reden meenden de muziekgoden te moeten ingrijpen. Zij leken niet te begrijpen dat ik zondagavond afwezig zou zijn. U stond zondagavond op het Gentse podium en ik zou er niet zijn. Dat kon niet. Dat mocht niet. Via een aanbod, dat ik niet kon afwijzen, grepen zij in. Het zijn listige en handige jongens, die goden. Niet enkel Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. De wegen van de muziekgoden zijn het evenzeer.

 

Zondagavond was ik op post. Ik stond vooraan. Dichtbij het podium. Het zou een feestje worden. Dat hadden vrienden mij verteld. Zij hadden u al aan het werk gezien. Zij waren vol lof over uw voorbije passages in Gent. Ik zou een fijne avond beleven, zo zeiden zij ook nog. Ik kwam dus met verwachtingen naar het festival. Dat kan best wel gevaarlijk zijn. Verwachtingen kunnen hooggespannen zijn. Waardoor achteraf de indruk kan ontstaan dat het allemaal toch een beetje tegenviel. Ik wist dus niet wat het zou worden. Ik kon enkel hopen dat het goed zou zijn.

 

Bij aanvang was ik een beetje onwennig. Ik kende u wel. Uw repertoire was mij minder bekend. Uit volle borst uw hits meezingen, daarvoor moet ik passen. Niet enkel omwille van te beperkte zangkwaliteiten. Ook omwille van het te weinig vertrouwd zijn met de lyrics. Hooguit kon ik op enkele liedjes mee neuriën. Wat ik uiteraard niet deed. Ik wilde mijn festivallerige buren niet al te veel storen met een brommend lawaai. Ik hield het in den beginne dus vrij rustig. De kat uit de boom kijken, dat spreekwoord bracht ik in de praktijk.

 

Ik kan u meteen geruststellen. Die kat bleef niet lang in de boom. Mijn aanvankelijke passiviteit gleed spoedig van mij af. Stilstaan kon ik niet. Dat was onmogelijk. U spoorde ons aan. U vuurde ons aan. Dit moest een feestje worden. U hebt een reputatie. Die reputatie dient u in stand te houden. U moest dus aan het werk. Samen met ons. Al vrij vroeg ging u op uw piano staan. Als om aan te geven dat alles mocht. Dat er geen grenzen waren. Het publiek leek die boodschap begrepen te hebben. Datzelfde publiek ging volledig loss. Total loss. Het publiek at uit uw handen. U ging ons voor. U was onze hogepriester van het feestgebeuren. Wij zongen mee. Omdat u het vroeg. Wij klapten in de handen. Omdat u het vroeg. Wij sprongen de lucht in. Omdat u het vroeg. Nu zou u kunnen denken dat wij kritiekloos volgzaam zijn. Dat is het niet. Wij deden het omdat het goed voelde. Omdat het juist voelde.  Maar het was niet enkel dat.  U deed meer.  U deed datgene, waarin andere artiesten al te vaak falen.  U kreeg de tent stil.  Op de juiste momenten.  Op de intiemere momenten.  Slechts één armbeweging en het publiek zweeg.  Geen enkel woord.  Geen enkel gefluister.  Ik meen zelfs geen enkele zucht gehoord te hebben.  Dit was groots.

 

Ik keek om mij heen. Iedereen ging uit de bol. Geen enkele uitzondering. Jawel, de een was al meer enthousiast dan de ander. Maar iedereen bewoog. Niemand stond stil. Van een dergelijk schouwspel kreeg ik kippenvel. Ik was onder de indruk. Diep onder de indruk. Om heel eerlijk te zijn, ik was ontroerd. Dit was uniek. Ik kreeg het warm van binnen. Ik lachte. Stilletjes. Ik bleef glimlachen. Ik bleef dansen. Ik wou niet meer stoppen. U leek dat ook te denken. U wilde blijven doorgaan. Telkens speelde u nog één laatste nummertje. Naarmate het einde naderde, werd het publiek nog enthousiaster. Alsof wij leken te beseffen dat ons enthousiasme u op het podium zou houden. Wij schreeuwden. Wij floten. Wij stampten met de voeten. U bleef. U ging door. Ik schudde met mijn hoofd. Dit had ik mij niet kunnen voorstellen. Dit had ik mij niet durven voorstellen. Dit was uniek. Maar dat had ik al gezegd. Net als al te lang uitweiden dient ook herhaling vermeden te worden in een brief. Maar dit is een uitzondering. Hier en nu mag het. Moet het. Herhaling als om te bevestigen. Als om te benadrukken.

 

U genoot. Uw muzikanten genoten. Uw zangeressen genoten. Het publiek genoot. Iedereen liet dat voluit blijken. Iedereen gaf zich over. Zonder remmen. Dit was wat een feestje hoort te zijn. Ik had die zondagavond in mijn tuintje kunnen zitten. Maar ik zat niet in mijn tuintje. Missy Sippy had anders beslist. Ik was hier. Bij u. Met u. Samen hebben we een feestje gebouwd. Een onvergetelijk feestje. Wij hebben de zondagse blues weg gedanst. Maandagmorgen stond ik op. Gezwind. Nog steeds met de glimlach. Want die good vibes zaten nog steeds in mij. Diep in mij.

 

Beste Jamie. De voorbije zondagavond zal ik mij nog lang herinneren. Ik kan u niet zeggen hoe blij ik was er bij te zijn. Woorden schieten tekort. De juiste woorden bestaan niet. Of de juiste woorden ken ik niet. Ik heb slechts een poging gedaan. Een poging te beschrijven wat ik heb gevoeld. Wat ik heb ervaren. Waarop het eigenlijk neerkomt, is dat ik u wil danken. Dat ik u van ganser harte wil danken voor een fijne avond. Voor een fantastische avond. Voor een heugelijke avond. Dus, Jamie, bedankt. Van ganser harte bedankt.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.