Uitgelezen: Kinderen van de repressie. Brief aan Koen Aerts.

Gepubliceerd op 1 juli 2019 12:54

Beste Koen,

 

Denk niet wit. Denk niet zwart. Denk niet zwart/wit. Aan dat liedje van Frank Boeijen moet ik denken bij uw recentste boek. U moet het mij vergeven dat ik het aandurf een ernstige studie te verbinden met een luchtig popnummer. Toch meen ik dat beide met elkaar kunnen verbonden worden. Omdat de oproep van Frank Boeijen aan de luisteraar misschien ook gericht kan worden aan de lezers van uw boek. Want het onderwerp van uw boek, zijnde de repressie, geeft al te vaak aanleiding tot een denken in uitersten. De nuance lijkt in dit verband niet te bestaan. Dat is nochtans wat u tracht te doen in uw boek. U tracht te nuanceren. Om op die manier tot een uitgebalanceerd beeld te komen.

 

In uw boek doet u onderzoek naar de kinderen van de repressieslachtoffers. U gaat na hoe zij de gevolgen dragen en ervaren. Hoe de bestraffing het leven van de kinderen van de repressie markeert. U wenst te achterhalen hoe zij worden behandeld door de overheid. Hoe de bestraffing van de ouders het gezin en de volgende generatie raakt. In dat zoeken naar een antwoord stelt u duidelijk dat de fall-out van de repressie vooral fundamenteel is waar die de financiële boekhouding van de familie raakt. Bij de volksrepressie is er geen financiële compensatie vanwege de overheid voor de geleden schade. Toch is er niet enkel de volksrepressie. Ook de overheid kan financieel vervolgen. Net zoals eventuele slachtoffers via burgerlijke partijstelling een vergoeding kunnen vorderen. Die financiële ellende is voor de kinderen een tastbare realiteit.

 

In uw boek geeft u herhaaldelijk aan hoe de overheid nauwelijks acht slaat op de wijze waarop de bestraffing van de ouders het gezin treft. De bestraffing heeft vaak een reële uitwerking op de kinderen. Toch is er geen georganiseerde controle op de milieus waarin de kinderen verder opgroeien, noch is er structurele garantie tegen verarming, verwaarlozing en zelfs misbruik. U geeft aan dat de werkelijke impact van de overheidsrepressie net zo variabel is als het aantal individuen dat ermee te maken krijgt. Op dit gebrek aan visie en beleid wijst u herhaaldelijk in uw boek. De vordering tot schadevergoeding aan de Belgische staat is geen toonbeeld van evenwichtige rechtsbedeling. Dat gebrek is een vruchtbare voedingsbodem voor verbittering en onrechtvaardigheid.

 

Ondanks die gebreken schrijft u in uw boek hoe vanaf 1946 een breed opgezet strafverminderings- en vrijlatingsbeleid op gang komt om de bestraffing van de collaboratie in evenwicht te brengen. Tegelijk gaat u in tegen de bewering dat bijna alle schadevergoedingen aan de Belgische staat betaald zijn. U ontkracht die stelling. Daarvoor verwijst u naar een door de overheid gevoerd beleid van matiging. De staat geeft het grootste deel van de sommen uiteindelijk vrij.

 

Toch zijn het niet enkel de financiële gevolgen, die op de kinderen van de repressie drukken. In uw boek blijft u stilstaan bij een ander gevolg, courtesy stigma of nabijheidsstigma. Daarmee wordt de sociale verwerping bedoeld van degenen die op een of andere manier in verbinding staan met de gebrandmerkte paria’s van de samenleving. De wijze waarop het spook van het ouderlijke verleden de omgang met de omgeving reguleert is vaak bepalend voor de vorming van de persoonlijke identiteit, het zelfbeeld en het mens- en maatschappijbeeld van de nabestaande. Het stigma van de collaboratie heeft zijn effecten op de ouders en hun kinderen.

 

Het gevangen zetten van één of beide ouders wegens collaboratie heeft ook zijn directe gevolgen voor de kinderen. De kinderen verhuizen naar het buitenland, worden grootgebracht bij familie of vrienden of worden toegewezen aan vereniging of instelling van weldadigheid of onderwijs. In die zoektocht naar ‘oplossingen’ worden broers en zussen soms gescheiden. Vaak verlaten de kinderen ook de school omdat zij op zoek moeten naar werk om te voorzien in het levensonderhoud van de families.

 

U blijft niet enkel stilstaan bij de bestraffing. Bij de repressie. U kijkt ook naar de manier waarop die repressie wordt gepercipieerd door de kinderen. Voor vele nabestaanden is de bestraffing van de collaboratie enkel en alleen de bestraffing van de Vlaamsgezindheid van hun ouders, niet van wat er tijdens de oorlog onder die vlag aan de zijde van de bezetter gebeurt. Er heerst onder de nabestaanden vaak een verwrongen voorstelling van de repressie. Het beeld van een anti-Vlaamse en willekeurige bestraffing verschuift de schuldvraag naar de Belgische staat in plaats van naar de collaboratie.

 

De repressie verenigt en vormt de identiteit van een groep die zich collectief als slachtoffer van overheidsterreur profileert en die zich verbinden in een versterkte afkeer van België. Door de repressie ruimen historische complexiteit en nuance plaats voor een verteerbare en verschoonbare versie van het verleden. Repressieslachtoffers worden actieve, succesvolle beeldvormers van het Vlaamse oorlogsverleden. Repressie wordt voorgesteld als een Belgische wraakoefening tegen hoofdzakelijk katholieke Vlamingen. De bestraffing van de collaboratie was enkel bedoeld om de Vlaamse beweging definitief te breken. De bestraffing wordt om die reden als hard en onrechtvaardig voorgesteld.

 

U geeft de lezer mee dat het Belgische debat wordt gedomineerd door een rancuneuze focus op de bestraffing en niet door de periode voorafgaand aan die bestraffing. In uw boek beschrijft u hoe die beeldvorming heel geleidelijk kantelt. Het geheugen komt te staan tegenover het geweten. Het wetenschappelijk-kritisch onderzoek wint aan invloed. U noemt hierbij de namen van Maurice De Wilde en Luc Huyse. Het verleden wordt bespreekbaar en stimuleert de zoektocht naar informatie. Stilletjes aan wordt een uitgebalanceerd beeld van dat oorlogsverleden werkelijkheid.

 

Ik las uw boek. U denkt niet wit. U denkt niet zwart. U denkt grijs. U gaat voor de nuance. U bent kritisch voor beide zijden. U ontkracht waar nodig. U bevestigt waar nodig. U ontmijnt. Want u toont het volledige beeld. Want u vertelt het volledige verhaal. Waardoor de lezer(es) tot een duidelijk standpunt kan komen. Waardoor de lezer(es) kan begrijpen. In moeilijke en verhitte debatten is dat begrip een noodzaak. Met uw boek leverde u een bijdrage tot dat begrip.

 

Op Canvas volgde ik Kinderen van de Collaboratie. Over dat programma was ik bijzonder enthousiast. Net zo enthousiast ben ik over uw boek. U bent een evenwichtskunstenaar. U geeft getuigen een stem. Maar die stem koppelt u aan een historische toetsing. U waakt over het evenwicht. Die oefening in het balanceren is bijzonder interessant. Bijzonder boeiend.

 

Beste Koen. Ik wil u danken voor dit heldere boek. Voor dit belangrijke boek. Ik wil u danken te hebben mogen genieten van uw expertise. Uw expertise die u op een vlotte en toegankelijke wijze wist te vertalen naar het boek. Daarvoor van ganser harte bedankt.

 

Met vriendelijke groeten.

Foto: Graffitistraatje, Gent (@wimleest)


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.