Beste Jacinda,
Vorig jaar reisde ik naar Nieuw-Zeeland. Veel van mijn vrienden waren daar al geweest en waren bijzonder enthousiast over die vakantie. Dat enthousiasme droegen zij op overtuigende wijze over op mij. In die mate dat ik besloot toch maar eens af te reizen naar uw land. Om ter plaatse te ontdekken in welke mate dat enthousiasme van vrienden gerechtvaardigd was. Over mijn reis kan ik kort zijn. Mijn enthousiasme was net zo groot of misschien zelfs nog groter. Uw land kan ik omschrijven als fascinerend wonderlijk. Als inspirerend wonderlijk.
U zelf was mij niet onbekend. Ik had over u gelezen in mijn krant. Wat ik over u las als premier van uw land was telkens lovend. Op mijn reis doorheen uw land wou ik nagaan of dat beeld klopte met de werkelijkheid. Op mijn reis ging ik daarom in gesprek met Nieuw-Zeelanders. Zij waren unaniem in hun reacties. Mijn gesprekspartners waren vol lof over u als premier. Wat hen het meest aansprak was uw betrokkenheid. Want u werd behoorlijk op de proef gesteld als premier. Er was de aanslag in Christchurch. Er was die vulkaanuitbarsting. Er was corona. In al die crisissen bleef u verbindend en betrokken.
Over al die crisissen schrijft u in uw boek. U zelf benoemt uw betrokkenheid als centraal thema van uw ambtstermijn. Maar terwijl ik dit alles schrijf, realiseer ik mij dat ik te snel ga. Want u wordt niet zomaar premier. Er is een voorgeschiedenis. Een voorgeschiedenis die u naar het hoogste politieke ambt bracht. Hierin zou een mens een vooropgezet plan vermoeden. Maar dat was het niet. Dat was het helemaal niet.
Met heel veel liefde en warmte schrijft u over uw jeugdjaren. U vertelt over ervaringen uit uw jeugd die uw sociale bewustzijn aanscherpten. Rondom u ziet u dingen veranderen. Bezuinigingen die u en mensen om u heen raakten. U wordt politiek bewust. U discussieert. U neemt deel aan spreekwedstrijden op school. U wordt lid van een debatteam. U engageert zich als jobcoach voor jonge mensen met een verstandelijke beperking. U zamelt geld in voor World Vision Fondsen. Al die dingen, die u vormen, benoemt u. Al die dingen, die u de tools aanreiken voor die ene job, beschrijft u.
U zet uw eerste stappen in de politiek. U wordt parlementslid. U wordt vicefractievoorzitter van uw partij. U wordt fractievoorzitter. Om het uiteindelijk tot premier te schoppen. Deze korte opsomming doet vermoeden dat alles vlotjes verliep. Toch was uw keuze voor de politiek niet zo vanzelfsprekend. U twijfelt omdat u te gevoelig bent. U meent dat u niet hard genoeg bent. Maar net daarin schuilt uw kracht. Die empathie. Die bekommernis om dingen.
De politiek is een harde wereld. Toch zet u de stap. Omdat de politiek de enige plek is waar je het leven van zowel één persoon als van honderdduizenden mensen kan veranderen. U schrijft hoe u beseft dat de politiek de hand had in de armoede maar dat het parlement tezelfdertijd een van de weinige omgevingen is waar die armoede kon worden opgelost. In het parlement komt uw sociale bewustzijn, dat vorm kreeg in uw jeugdjaren, volop tot uitdrukking. Dat bewustzijn zal vormgeven aan uw politieke handelen en uw politiek leiderschap.
In uw boek schrijft u hoe u vaststelt dat veel mensen het hedendaagse kapitalisme niet als vriend maar als vijand zijn gaan zien. U gelooft dat het kapitalisme zijn menselijk gezicht terug met krijgen. Om dat te kunnen doen zal u de uitdagingen, waarmee uw land wordt geconfronteerd, moeten aanpakken: de wooncrisis, een hoog percentage kinderarmoede, huiselijk geweld, een geestelijke gezondheidszorg onder druk, … Met dat alles gaat u aan de slag. Ik lees over het welzijnsbudget. Over de welzijnsstrategie voor kind en jeugd. Over een wet die kinderarmoede moet halveren in een periode van tien jaar.
U bent overal aanwezig. U lijk een niet in te tomen energie te hebben. En toch. Toch kantelt het op een moment. Een moment waarop de woorden ‘ik zou kunnen opstappen’ plots bij u opkomen. Het begint te wringen. Alles begint te wringen. Uw zelfbeheersing vermindert. U begon uw geduld te verliezen. U merkt een woede op bij een deel van het publiek. Een woede die er voorheen niet was. Uw veerkracht begon af te brokkelen. U twijfelt of u bij een volgende crisis nog een volle tank zou hebben. Of u nog meer dan genoeg reserve zou hebben. En dus neemt u een besluit.
Wie denkt dat uw boek enkel een politiek boek zou zijn, zij dwalen. U vertelt over uw ouders. Over uw grootouders. Over de ontmoeting met de man, die later uw echtgenoot zou worden. Over uw huwelijk. Over uw relatie. Over uw zwangerschap. Over uw dochtertje. U geeft ons toestemming om achter de schermen mee te kijken. Omdat u oprecht meent dat de lezer enkel op die manier een volledig beeld kan krijgen van Jacinda. Want uiteraard bent u meer dan enkel een politicus. U bent een (klein) dochter. U bent een echtgenote. U bent een moeder. U bent een vriendin. U moet meerdere ballen in de lucht houden. Bij al die rollen zou een mens kunnen wanhopen. Maar u beseft dat u gezegend bent. U hebt een ondersteunend netwerk dat u kan helpen om al die verschillende functies te zijn zonder uzelf volledig te verliezen in het proces.
Uw boek heeft mij ook een aantal dingen duidelijk gemaakt. Dingen waaraan wij nood hebben in het huidige politieke klimaat. Zo schrijft u dat de uitdaging niet is om iets te veranderen, wel om ervoor te zorgen dat die verandering blijvend is. Dat het mogelijk is het oneens te zijn met uw tegenstander zonder die persoonlijk te gaan aanvallen. Tegelijk schetst u het begin van een aantal evoluties die het ambt van volksvertegenwoordiger behoorlijk be- en verzwaren. U schetst hoe u als vrouwelijk kandidaat benaderd en geframed wordt. U schetst hoe u vragen of opmerkingen krijgt die nooit zouden gesteld worden aan een mannelijk kandidaat. U schrijft over de media die een boksring nodig hebben met in elke hoek een politicus. U schrijft over het begin van een wereldwijde twijfel.
Beste Jacinda. U nam mij mee op een reis door uw land. Waardoor ik mijn reis ging herbeleven. Ik passeerde opnieuw in Mount Mounganui. In Rotorua. In Tauranga. In Wellington. In Auckland. Ik voelde opnieuw dat warme enthousiasme voor uw land. Eenzelfde enthousiasme voelde ik wanneer ik las over uw manier om aan politiek te doen. Wanneer ik las over uw drijfveren om aan politiek te doen. Ik zag wat verbeeldingskracht gekoppeld aan politiek leiderschap konden bewerkstelligen. Want die koppeling was bij u sterk aanwezig. Ik zag wat betrokkenheid kon betekenen. Voor al die gevoelens en inzichten wil ik u graag bedanken. Van ganser harte. Dank dus. Dank. Dank. Dank.
Met vriendelijke groeten.
Reactie plaatsen
Reacties