Uitgelezen: Zomer op de gifbelt. Brief aan Bibi Dumon Tak.

Gepubliceerd op 10 september 2026 om 13:05

Beste Bibi,

 

Wij kennen elkaar niet.  Toch durf ik te stellen dat wij iets gemeenschappelijks hebben.  Een passie die wij delen.  Ik wandel.  Net als u.  Ik weet niet in welke mate u een fervente wandelaar bent, ik zelf heb de geneugten van het wandelen pas heel recent ontdekt.  Het wandelen maakt mij rustig.  Maakt mijn hoofd leeg.  Na een wandeling lijkt het alsof ik anders terugkeer.  Beter.  Lichter.  Ik zal het dus blijven doen.  Terwijl u deze inleiding leest, denkt u misschien dat ik met u in deze brief van gedachten wil wisselen over de ‘helende’ krachten van het wandelen.  Dat is niet zo.  In deze brief wil ik het hebben over uw boek.  Een boek met als ondertitel ‘een wandeling’.  Vandaar dus die inleiding.  Want dat is wat een brief nodig heeft.  Het eigenlijke onderwerp van deze brief betreft evenwel uw boek.  Daarover wil ik schrijven.  Want dat boek las ik.

 

In uw boek nodigt u de lezer uit u te volgen.  Naar de Volgermeer.  Boven Amsterdam-Noord.  Uw vaste wandelgebied.  Zeggen dat dit niet de meest evidente plek is, lijkt mij een understatement.  Want onder een laag folie bevindt zich de grootste chemische afvalbelt van West-Europa.  Om maar te zeggen … Dat gevoel weet u bovendien nog te versterken door bij het begin van uw boek een heleboel redenen op te sommen waarom iemand het gebied zou moeten mijden.   Mijden, dat is niet wat u doet.  Want in de zomer van 2025 installeert u in dat gebied uw bureau.  Een bureau dat u dient te improviseren.  Want in heel het gebied is geen enkele tafel te vinden.  Toch lukt het u om toch min of meer een schrijftafel bij elkaar te bricoleren.

 

Wandelen zal u dus niet doen.  Of toch minimaal.  U kijkt.  U observeert.  U geniet van een theaterstuk  Eenmalig opgevoerd.  Uitsluitend voor u.  Wie passeert, is deel van het theaterstuk.  Die passanten zijn zich onbewust van hun rol.  Zijn zich onbewust van een publiek.  Zij doen wat zij anders gewoonlijk doen.  Die dingen ziet u.  Die dingen ergeren u.  Niet altijd.  Wel soms.  Door die ergernissen op te pikken, wordt u zich bewust van uw persoonlijke gifbelt.  Een gifbelt die bestaat uit kleine of grotere ergernissen.  Over wat die precies zijn, heb ik een klein vermoeden.  Jagers zijn alvast één element uit die grotere verzameling.  Boeren, daarover hebt u ook wat te vertellen.  Net zoals over het gemeentelijke beleid.  Het benoemen van uw persoonlijke gifbelt nodigt mij uit tot een kritisch zelfonderzoek.  Ik moet vaststellen dat in mij evenzo een gifbelt borrelt.

 

U voelt u op uw plek in Volgermeer.  Omdat u in het reine probeert te komen met uw innerlijke gifbelt.  Wat u ook aan veenpleisters plakt, woede of vergelding liggen altijd weer op de loer.  Toch is dat niet de enige reden waarom u naar dit gebied trekt.  Volgermeer is een natuurgebied en het is net die natuur die u roept.  Die u verleidt.  Die natuur doet u telkens weer terugkeren.  Om dat tastbaar en duidelijk te maken aan de lezer, schrijft u over die natuur.  Over wat u in die natuur ziet.  U schrijft over de bewoners.  De vogels.  U schrijft over de roerdomp.  Over de tureluur.  Over de rietzanger.  Over de witgat.  Over de torenvalk.  Over de veldleeuwerik.  Ik moet zeggen, mijn kennis van vogels is onbestaande.  Ik kan de ene soort niet van de andere onderscheiden.  Dat is de reden waarom ik ver weg blijf van een vogeltelweekend.  Mijn gestoorde observaties zouden de resultaten enkel in de war sturen.  Toch is het net dat gebrek aan kennis dat mij zo vastkleeft aan uw boek.  Ik voel geen jaloezie.  Wel benijd ik u.  Ik benijd u om de manier waarop u over die vogels schrijft.  In uw woorden proef ik de liefde voor die dieren. 

 

Het is die liefde die mij doet smelten voor uw boek.  Want het is niet enkel de liefde voor de vogels.  Het is ruimer.  Veel ruimer.  Het gaat om de liefde voor de natuur.  Een liefde die ik ook voel.  Een liefde die u attendeert op de gespannen verhouding tussen mens en natuur.  De mens die zich heer en meester waant.  U schrijft over de mensheid die zich niet weet te gedragen.  Die volkomen mislukt is.  Men zou kunnen stellen dat u een tikkeltje overdrijft.  Maar dat is het niet.  Dat is het helemaal niet.  Wat ik voel, benoemt u.  Klaar en helder.

 

Een zomer lang zal u de gast zijn.  Als dank voor de gastvrijheid die de Volgermeer u die zomer zal bieden, besluit u sigarettenpeuken te rapen.  U maakt met u zelf de volgende afspraak.  Als u zit, schrijft u.  Als u wandelt, raapt u.  Niet enkel peuken.  Ook blikjes, papiertjes en dopjes.  De grond wordt u vertrouwd.  Als je je iets eigen wilt maken, moet je er goed voor zorgen.  Dat doet u.  Alweer benijd ik u.  Om uw daadkracht.  Want als ik wandel of fiets, zie ik om mij heen het vuilnis liggen.  Weggegooid.  Achtergelaten.  Gestort.  Al die vuilnis maakt mij kwaad.  Het voedt mijn innerlijke gifbelt.  Ik fulmineer.  Om vervolgens niks te doen.  Misschien moet het anders.  Misschien kan het anders.  U toont mij hoe.  Door op te staan en te handelen.

 

Iemand zou kunnen opperen dat uw boek een zeurboek is.  Een klaagboek.  Dat is het niet.  Dat is het helemaal niet.  Het is uw oprechte liefde voor de natuur die u doet schrijven.  Het is uw oprechte betrokkenheid die u doet schrijven.  Het is die liefdevolle betrokkenheid die ik op elke pagina voel.  Die mij bij elke pagina doet smelten.  Uw boek maakt mij blij.

 

Beste Bibi.  U schreef een boek.  Een dun boek.  Nooit had ik kunnen denken dat in dergelijke compactheid zoveel schoonheid kan schuilen.  Schoonheid die vertedert.  Schoonheid die ontroert.  Nooit had ik kunnen denken dat in dergelijke compactheid zoveel rijkdom aan ideeën en gedachten kan schuilen.  Ideeën en gedachten die tot nadenken stemmen.  Die inspireren.  Uw grootste angst is dat u verdwijnt en voor u verdwenen bent alleen maar hebt toegezien.  Dat zal niet gebeuren.  Dat wil ik u nog zeggen.  Want wie schrijft, die blijft.  Ik heb uw boekje.  U hebt mij geraakt.  U hebt mij geïnspireerd.  Dat blijft.  Dat gaat niet weg.  Daarvoor wil ik u danken.  Van ganser harte.  Dank dus.  Dank.  Dank.  Dank.

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb