Uitgelezen: De Stolling. Brief aan Emilie Dewitte.

Gepubliceerd op 2 juli 2026 om 12:53

Beste Emilie,

 

Lange tijd hield ik mij weg van gedichten.  Niks voor mij, dacht ik.  Maar dingen veranderen.  Mensen veranderen.  Ik werd ouder.  Ik werd wijzer.  Dat laatste kan ik niet met zekerheid zeggen.  Ik kan het enkel hopen.  Feit is dat ik gedichten ging lezen.  Ik ontdekte dat poëzie wel degelijk iets voor mij is.  Ik durf mij al eens te wagen aan een gedichtenbundel.  Ik ging begrijpen dat gedichten om een specifiek leesritme vragen.  Vertraging, dat heeft een gedicht nodig.  Dosering, dat vraagt een gedicht.  Dat leesritme valt misschien goed samen met mijn iets oudere leeftijd.  Ik verlang ernaar de tijd heel even stil te zetten.  Mij heel even aan de kant te zetten en alles gewoon voorbij te laten razen.  Een gedicht brengt mij rust.  Een gedicht doet mij nadenken.  Een gedicht noopt mij tot overschouwen.  Dat alles mocht ik ervaren toen ik uw bundel las.

 

U schrijft over gevangenen.  Over grondslapers.  Over daklozen.  Over boeren.  Over contractwerkers.  Over migranten.  Op de achterflap van uw bundel staat het nog mooier geschreven.  U voert de lezer langs plekken waar grenzen getrokken en overschreden worden, en onrecht velen in een wurggreep houdt.  Dat raakt bij mij een gevoelige snaar.  Want de thema’s en plekken waarover u schrijft, beroeren mij.

 

U balt maatschappelijke vraagstukken in gedichten.  Eén vraagstuk, één gedicht.  Zo doet u het.  Elk gedicht is een poging tot scherpstelling.  Een uitnodiging tot nadenken.  U maakt levens die niet gezien worden zichtbaar.  Verhalen die niet gekend zijn en dus nooit verteld worden, die verhalen vertelt u.  U doet dat zorgvuldig.  Gebald.  Kernachtig.  U schaaft de ballast weg waardoor enkel de kern overblijft.  Die kern legt u voor aan de lezer.

 

U zet de wereld heel even stil.  Een wereld waarin alles snel moet gaan, laat u halthouden.  Om de aandacht van de lezer op één iets te richten.  In die korte tijd van stilstaan brengt u wat aan de rand opereert naar het centrum.  U lijkt de woordvoerder te zijn van die rand.  Via uw woorden geeft u die rand de kans om heel even in het centrum te verblijven.  Sommigen zullen voorbijgaan aan uw woorden.  Anderen zullen aangegrepen worden door uw woorden.  Ik hou uw woorden vast.  Ik omarm uw woorden.  Omdat ik daarin een begrip ervaar dat nog te weinig is gedeeld.  Een begrip dat in de verdrukking komt door allerhande roeptoeters.

 

De juiste mens op de juiste plek op het juiste moment.  Dat kan ook gezegd worden van een gedicht.  Elk gedicht vraagt het juiste woord.  Elk woord vraagt de juiste plek.  Die woorden vindt u.  Die plekken zoekt u.  Die juiste woorden en die juiste plekken leiden naar gedichten die blijven hangen.  Die beklijven.

 

Uw gedichten zijn gelezen.  Ik zou deze aan de kant kunnen leggen.  Aan de kant waar gelezen boeken en gedichten normaal belanden.  Met uw bundel doe ik dat niet.  Uw bundel ligt op mijn bureau.  Ik neem mij voor elke morgen één gedicht te lezen.  Te herlezen.  Om opnieuw geraakt te worden door uw woorden.  Om opnieuw naar werelden gebracht te worden die mij niet of te weinig vertrouwd zijn.

 

Beste Emilie.  U doet mij begrijpen waarom gedichten moeten gelezen worden.  U doet mij begrijpen waarom ik gedichten moet blijven lezen.  Ik besef dat het niet altijd een voltreffer kan zijn.  Dat het een hobbelig pad kan zijn.  Met vallen en opstaan.  Tussen dat vallen en opstaan zal ik schoonheid ervaren.  Daarvan ben ik overtuigd.  U hebt dat op voortreffelijke wijze bewezen.  Uw bundel was meer dan een voltreffer.  Voor dat begrip en deze ontdekking wil ik u van ganser harte bedanken.  Dank dus.  Dank.  Dank.  Dank.

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.