Uitgelezen: De Hills. Brief aan Matias Faldbakken.

Gepubliceerd op 23 april 2019 08:06

Beste Matias,

 

Ik wou naar Noorwegen. Naar Oslo. Ik wou naar De Hills. Naar dat restaurant wou ik. Elke dag wou ik daar gaan eten. Vaste klant, dat wou ik worden. Ik besefte dat het niet onmiddellijk kon. Ik moet nog werken. Ik moet die nodige boterham nog verdienen. Later zou ik het doen. Dan zou ik vertrekken. Later als ik op pensioen was. Wanneer dat precies is, kan ik niet zeggen. Het pensioendebat woedt hier nog volop. De pensioenleeftijd is nog geen vast gegeven. Die leeftijd gaat op en neer. Maar ik zou gaan. Ik zou vertrekken. Zoveel was of is zeker.

 

Wat volgt, kan ik best begrijpen. U knippert met uw ogen bij het lezen van die openingszinnen. U lijkt verward. U kan niet snappen waarom een lezer van uw nieuwste boek naar een fictief adres zou willen gaan. Naar een eetadres uit uw roman. U kan niet begrijpen waarom een lezer een fictief verhaal voor waar aanneemt. Die lezer moet gek zijn. Niet goed bij zijn hoofd. Dat moet u denken. Bijna hoor ik het u denken. Om toch heel zeker te zijn, herleest u die eerste openingszinnen. Jawel, er staat wat er staat. U schudt met het hoofd. U zucht diep.

 

Ik kan best wel begrip opbrengen voor uw reactie. Daarom wil ik mij verduidelijken. Zodat ik alle onrust bij u kan wegnemen. Ik las uw boek. U neemt mij mee naar De Hills. Een vervallen etablissement. Waar alles zijn plaats en regels heeft. Waartoe niets uit de buitenwereld doordringt. In het echte leven zou ik dit etablissement heel waarschijnlijk voorbijstappen. Ik zou er niet binnenstappen. Vergane glorie, zo zou ik het beschouwen. Maar u neemt mij bij de hand. Met u ga ik binnen.

 

Een wondere wereld opent zich voor mij. Een wereld waarin ik gegidst wordt door de ober Anders gezegd, u wijst mij de ober aan als gids. Hij vertelt mij de verhalen van de vast gasten. Hij vertelt over hun leven. Over hun voorspoed. Over hun tegenspoed. Over hun gewoontes. Over hun kleine onhebbelijkheden. Ik maak kennis zijn collega’s. De Gerant. De Barvrouw. De huispianist. De bloemist. De kok. Hij vertelt mij waar zijn collega’s goed in zijn. Waar zij minder goed in zijn. Zachtjes aan word ik zijn vertrouweling. Niks onthoudt hij mij. Alles vertelt hij. Uitgebreid. In geuren en kleuren. Alsof hij mij wil behagen.

 

Mijn gids beperkt zich niet tot zijn gasten. Beperkt zich niet tot zijn collega’s. Hij doet meer. Hij ventileert zijn ideeën. Gedachten over de wereld buiten het restaurant. Die gedachten heeft hij. Die gedachten deelt hij. Zo heeft hij het met mij over mode. Over het lezen van de krant. Over opvoeding. Over het vrouwelijk lichaam. Over sociale media. Over koffie. Over transport. Niet in enkele woorden. Neen, hij vermijdt beknoptheid. Hij weidt uit. Telkens in een goed onderbouwd betoog. Ik sputter niet tegen. Ik voel aan dat hij het niet op prijs zou stellen. Ik zwijg. Neem zijn woorden tot mij. Laat ze in mijn hoofd kantelen en keren. Laat ze in mijn hoofd bezinken. Om daar stilzwijgend weerwerk te bieden.

 

Ik begin mij thuis te voelen. De vaste gasten worden mijn vrienden. Raymond. Bratland. Graham. Blaise. Edgar. Anna. Katharina. Bijna lijkt het alsof ik ze echt ken. Ik schuif mee aan tafel. Ik volg de gesprekken. Ik zie hoe de ober zijn uiterste best doet om het zijn gasten naar de zin te maken. Altijd is hij op de juiste plek. Op het juiste moment. Altijd zegt hij de juiste woorden. Ik geniet van zijn vakmanschap. Nooit lijkt hij te aarzelen. Altijd weet hij op een gepaste wijze te reageren. Met zachte hand regeert hij over dit kleine intieme wereldje.

 

Maar dan zie ik alles veranderen. Een jonge vrouw verschijnt. Een nieuwe gaste. Van haar is niks bekend. Het is een bang aftasten. Plots lijkt niets meer hetzelfde. Alles is anders. Het onveranderlijke leventje neemt plots bizarre zijwegen. Zijwegen die niet te voorspellen zijn. De ober wordt onzeker. Aan alles gaat hij twijfelen. Zijn vakmanschap lijkt te verdampen. Zijn jarenlange ervaring laat hem in de steek. Hij stottert. Hij stuntelt. Hij heeft geen vat meer op zijn vaste gasten. Hij kan de reacties niet meer voorspellen. Onvoorspelbaarheid regeert. Nieuwe, onmogelijk geachte verbonden worden gesmeed. Wat nooit mogelijk werd geacht, gebeurt dan toch. Verandering treedt binnen.

 

Heel eventjes moet ik denken dat De Hills symbool staat voor de wereld. In de onmogelijkheid met verandering om te gaan lees ik een link met het migrantenvraagstuk. Net als in De Hills kan de wereld niet omgaan met het nieuwe. Met de andere. De andere wordt als een bedreiging ervaren. Die gedachten hou ik voor mij zelf. Het filosoferen is het voorrecht van de ober. Ik moet mijn plaats kennen. Ik ben een getuige. Een bevoorrechte getuige. Verder gaat mijn rol niet. Ik moet mijn plaats kennen.

 

Ik las uw boek. Uw fantastische boek heb ik nu uit. Nu wil ik naar Oslo. Dat schreef ik al. In de openingszinnen van mijn brief. Nu rest mij nog een verklaring voor mijn vreemde verlangen. Een verklaring kan u vinden in het voorgaande. Uw meeslepende verhaal geeft de noodzakelijk geachte verklaring. Als lezer kan ik niet aan de kant blijven. Ik moet mijn zetel uit. Daar hebt u als schrijver de hand in. U bent de schuldige. U hoeft zich niet vrij te pleiten. Ik kan u enkel dankbaar zijn. Ik ben uitermate blij vertoefd te mogen hebben in uw verhaal. Dermate blij dat ik niet wou dat uw verhaal stopte. Dermate blij dat ik het vliegtuig wou opstappen en wou afreizen naar Noorwegen. Om daar een vervolg te zoeken. Helaas, ik besef dat het niet kan. Dat het onmogelijk is zelf een vervolg te breien aan een verhaal. Dat is mij eerder nooit gelukt. Dat zal mij ook nu niet lukken. Jammer. Bijzonder jammer. Ik sla uw boek dus dicht. Ik neem afscheid. Met pijn in het hart. Ik stap De Hills buiten. Kijk nog eenmaal achterom. Zwaai ten afscheid naar mijn compagnon de route. Mijn gids, de ober. This is the end. Dat zongen The Doors. Dat zeg ik.

 

Beste Matias. Bedankt voor uw heerlijke, wonderlijke, warme en fantastische boek. Ik kan enkel hopen dat wij elkaar in de toekomst nog mogen ontmoeten. Via een nieuw boek. Dat weerzien zou mooi zijn.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.