Uitgelezen: Lessen. Brief aan Ian McEwan.

Gepubliceerd op 10 januari 2024 om 13:03

Beste Ian,

 

Het begin van een boek stelt de lezer meteen voor een hele reeks vragen.  Bij de eerste zinnen stelt de lezer zich de vraag of het verhaal hem of haar zal overtuigen.  Of het verhaal hem of haar zal meeslepen.  Of het verhaal hem of haar zal aangrijpen.  Of het verhaal hem of haar zal ontroeren.  Althans, dat is wat ik ervaar bij het begin van een boek.  Die vragen stel ik mij telkens weer.  Waarbij heel af en toe twijfel de kop opsteekt.  Hierop is slechts één uitzondering.  Die uitzonderingen zijn nodig om de regel te bevestigen.  Die ene uitzondering betreft uw boeken.  Bij uw boeken stel ik die vragen niet.  Bij uw boeken stel ik die vragen nooit.  Of neen, ik moet mij corrigeren.  Als ik dat niet zou doen, zou ik liegen.  Liegen mag niet.  Dat zei mijn moeder altijd.  Enkel een leugentje om bestwil, dat kon mijn moeder nog tolereren.  Maar dit zou geen leugentje om bestwil zijn.  Daarom dus, een kleine correctie.  Enkel bij het eerste boek dat ik van u las, stelde ik mij die vragen.  Bij de volgende boeken vielen die vragen weg.  Omdat ik wist dat u mij nooit zou teleurstellen.  Met die zekerheid begon ik ook aan uw nieuwste boek, Lessen

 

Ik zou u kunnen onderhouden over het eigenlijke verhaal.  Ik zou u kunnen vertellen over Roland, het hoofdfiguur uit uw boek.  Ik zou kunnen vertellen over Miriam, de pianolerares van Roland.  Dat lijkt mij evenwel vreemd.  Een tikkeltje gek zelfs.  U bent immers de auteur.  U bent de schrijver van het boek.  U weet waarover het gaat.  Toch zou ik het kunnen doen.  Om u aldus te laten voelen hoe uw boek mij in zijn greep had.  Hoe Roland en Miriam mij verslaafd maakten aan uw boek.  Een dagelijkse dosis had ik nodig.  In die mate dat het naderende einde van het boek mij zenuwachtig en onrustig maakte.  Het besef dat ik na de laatste bladzijde het boek definitief naast mij moest neerleggen, stemde mij triest.  Voor eeuwig wou ik in uw boek verblijven.  Dat kon evenwel niet, dat besefte ik.  Het leven gaat voort.  Ik troostte mij dan maar met de gedachte dat uw boek voor eeuwig in mij zou verblijven.  Diep in mij.  Op om het even welk moment kon ik uw boek oproepen en kon ik mij laten vollopen met het warme enthousiasme dat ik mocht ervaren bij het lezen van uw boek. 

 

Het verhaal overtuigde mij.  Het verhaal sleepte mij mee.  Het verhaal greep mij aan.  Het verhaal ontroerde mij.  Toch deed het verhaal nog zo veel meer.  Terwijl u schreef over die grote gebeurtenissen uit de recente geschiedenis, ging ik mij vragen stellen bij die geschiedenis.  Ik ging kijken hoe wij in die geschiedenis staan.  Ik ging kijken hoe wij die geschiedenis actief beleven en hoe wij daarin een positie innemen.  Ik ging beseffen dat ik mij pas in het achteruitkijken realiseerde dat ik middenin de geschiedenis stond.  Op dat eigenlijke moment was dat besef volledig afwezig of slechts heel miniem aanwezig.  Het lijkt wel alsof bij mij de grootsheid van een moment steentje per steentje moet opgebouwd worden.  Soms kan dat opbouwen snel gaan.  Soms kan dat best wel enige tijd vragen.

 

Al die gebeurtenissen doen mij ook nadenken over mijzelf.  Ik vraag aan mijzelf wat ik beteken.  Ik vraag aan mijzelf welke sporen ik heb achtergelaten.  Jawel, in het voorbije leven verzamelde ik herinneringen.  Herinneringen die mij tot de mens maken die ik vandaag ben.  Dat is goed.  Tegelijk vraag ik mij af of ik ook herinneringen achterliet bij anderen.  Die vraag maakt mij onzeker.  Die vraag durf ik nauwelijks te beantwoorden.

 

Niet enkel ga ik nadenken over de geschiedenis.  Niet enkel ga ik nadenken over mijzelf.  U nodigt mij ook uit na te denken over het leven.  Dat doet u niet letterlijk via een persoonlijke invitatie.  Dat doet u via uw boek.  Via Roland.  Vele vragen vuurt u af op mij.  Vragen die ik niet kan ontwijken.  Waarom loopt het leven zoals het loopt? Hoe zou het leven gelopen zijn als er een andere afslag zou genomen zijn? Kan een leven vol ongebreidelde vrijheid en avontuur aangehouden blijven? Moeten er onderweg toegevingen worden gedaan? Zijn die toegevingen deel van het ouder worden? Lezen kan ontspanning betekenen.  Tegelijk kan lezen inspanning betekenen.  Het inspannend ontspannen kijkt mij een meer dan boeiende combinatie.

 

Al die vragen zouden voldoende kunnen zijn voor één boek.  Terwijl ik het verhaal lees, word ik evenwel geconfronteerd met nog andere vragen.  Over de relatie tussen de elfjarige Roland en zijn (veel) oudere pianolerares.  Aanvankelijk ga ik mee in het enthousiasme van Roland.  Ik ga mee in het verhaal van een unieke liefde.  Van een wondermooie relatie.  Pas verder in het boek ga ik mij vragen stellen.  Op het moment dat een mogelijke rechtszaak ter sprake komt.  Voor grensoverschrijdend gedrag.  Voor seksueel misbruik.  Pas dan gaan alle toeters en bellen rinkelen.  Ik vraag mij af of Roland een slachtoffer is.  Of het een verwoestend effect had op zijn leven.  Of een muzikaal succes als concertpianist hem onthouden is.  Of zijn leven verwoest is.  Of die ‘relatie’ een invloed gehad heeft op zijn keuzes en beslissingen.

 

Er is niet enkel die romance.  Later trouwt Roland met Alissa, met wie hij een kind heeft.  Alissa verlaat hem.  Laat hem achter met het vier maanden oude kind.  Zij wenst niet weg te kwijnen als moeder.  Zij heeft dromen die zij wenst te realiseren.  De meeste dromen zijn bedrog, dat weten wij intussen.  Wij hebben het vele malen meegezongen.  Op vele feestjes.  Alissa is hierop een uitzondering.  Alweer een uitzondering die de regel bevestigt.  Voor Alissa worden dromen realiteit.  Zij wordt een gevierd schrijfster.  Dat alles zou kunnen volstaan.  Dat doet het evenwel niet voor u.  Opnieuw stelt u vragen.  Kan haar succes haar gedrag rechtvaardigen? Moeten we haar werk los zien van haar gedrag? Kunnen wij haar gedrag onvergeeflijk noemen en haar werk briljant of moeten wij haar gedrag rechtvaardigen in het licht van haar literaire succes?

 

Beste Ian.  Ik las Zwarte honden.  Ik las Amsterdam.  Ik las Boetekleed.  Ik las Zaterdag.  Ik las Aan Chesil Beach.  Na die boeken kan ik opnieuw zeggen dat u mij niet teleurstelde.  Meer nog.  Al die vorige boeken wist u op meesterlijke wijze te overtreffen.  U lijkt uw literaire meesterschap nog verfijnd te hebben.  U lijkt uw uitzonderlijke vertelkracht nog verder geperfectioneerd te hebben.  Dat meesterschap en die vertelkracht hebben mij doen smullen.  Hebben mij een bijna uniek leesplezier geschonken.  Mij rest dan ook nog maar één ding, dat is u te bedanken.  Dank dus.  Dank.  Dank.  Dank.  Van ganser harte.

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Karin Wynsberghe
2 maanden geleden

"Lessen" ligt als 4e boek op mijn "te lezen" stapel. Het is zonet gepromoveerd tot 1e boek... Dank voor uw brief.