Uitgelezen: Omdat we allemaal doodgaan. Brief aan Lien De Metsenaere.

Gepubliceerd op 21 december 2023 om 13:10

Beste Lien,

 

Het durft al eens te gebeuren.  Dat ik nadenk over het einde.  Over mijn einde.  In die momenten fantaseer ik over mijn begrafenis.  In mijn hoofd heb ik al een scenario.  Het werd nog niet uitgeschreven.  Een geschreven versie bestaat nog niet.  Maar heel af en toe los ik aan mijn vrouw enkele van mijn wilde gedachten.  Zo moet op mijn begrafenis Death of a clown gespeeld worden.  Niet in de versie van The Kinks.  Wel in de versie van Arno.  Verder had ik graag gehad dat mijn lijkkist bij het buitendragen wordt gevolgd door enkele majorettes.  Waaronder één nogal klungelig majorettes hierbij geregeld haar ‘baton’ laat vallen.  Dat zou dan symbool moeten staan voor de onvolmaaktheid van de mens.  Voor de onvolmaaktheid van het leven.  Nog andere dingen heb ik in mijn hoofd.  Alleen, ik wil u hierover niet onderhouden.  Het zou ons te ver voeren.  Wel wil het met u hebben over uw boek, Omdat we allemaal doodgaan.  Want dat heb ik zonet gelezen.

 

Zoals ik dus schreef, denk ik wel eens na over mijn begrafenis.  Waarover ik minder of helemaal niet nadenk, is de fase net vóór de begrafenis.  Het stervensproces.  Het overlijden.  Die gedachten schuif ik voor mij uit.  Omdat ik te gehecht ben aan het leven.  Maar net daarom zou ik het wel moeten doen.  Want sterven is deel van het leven waaraan ik zo gehecht ben.  Die denkoefening is niet vanzelfsprekend.  Het wordt weggeduwd.

 

Net daarom is uw boek interessant.  Uw boek doet ons stilstaan bij de dood.  Doet ons nadenken over wat voorbij is en over wat gaat komen.  Uw boek doet ons nadenken over een proces waarover wij geen controle hebben.

 

Terwijl wij hopen dat de dood nog veraf is en het sterven nog niet voor meteen is, kunnen wij toch al voorbereidende stappen zetten.  Een zogenaamde voorafgaande zorgplanning.  Daarin kan men nadenken over toekomstige zorgkeuzes en de gewenste richting van de (levenseinde)zorg, in overleg met de huisarts.  Voorafgaande wilsverklaringen kunnen hierover opgemaakt worden.  Al die denkoefeningen kunnen nuttig zijn om de kans op een zelfgekozen en menswaardig levenseinde te bewerkstelligen.  Want waarom zou een mooi leven moeten eindigen in een oncomfortabele omstandigheden, waarbij men zich al te zeer vastklampt aan therapeutische hardnekkigheid.  Omdat sterven nog al te vaak gelijkgesteld wordt aan falen.

 

In uw boek focust u zich voornamelijk op het belang van een professionele en menswaardige palliatieve begeleiding waarbij u meteen duidelijk stelt dat palliatieve zorg niet te verwarren is met terminale zorg.  Zo schrijft u dat curatieve en palliatieve zorg hand in hand moeten gaan.  Het ene moet niet het andere opvolgen.  Dat is voorbijgestreefd.  Palliatieve hulpverlening kan al in het begin van een ziekteproces ingeschakeld worden en kan gecombineerd worden met behandelingen die levensverlengend zijn.

 

In de zorgrelatie tussen de zieke en de zorgverlener richt u zich vaak tot de verpleegkundige.  Elke verpleegkundige moet bedacht zijn op de dood.  Moet het een deel laten zijn van zijn handelen.  U schrijft dat de dood evenzeer bij het ziekteverhaal hoort.  Daarom stelt u dat verpleegkundigen nood hebben aan een degelijke educatie op het vlak van palliatieve zorg, levenseinde en voorafgaande zorgplanning.  Over professionele rouwverwerking.  Tegelijk wijst u op het belang van empathische en adequate communicatie tussen zorgverleners en patiënten.  Het is belangrijk als hulpverlener niet enkel fysieke hulp maar ook emotionele hulp te bieden.  U wijst op het belang om een leven op een juiste manier af te ronden.  Omringd en begeleid.  U schrijft hoe de zorgverlener hierin een belangrijk aandeel kan hebben. 

 

Het boek zou kunnen omschreven worden als eerder theoretisch.  Toch is het dat niet.  Want alles wat u schrijft tracht u te illustreren met voorbeelden uit de praktijk.  Voorbeelden die u aangereikt worden door verpleegkundigen.  Door patiënten.  Soms grijpt u terug naar uw verleden als verpleegkundige op intensieve zorg en in een palliatief supportteam.  Die voorbeelden verduidelijken.  Stellen scherp.  Die voorbeelden tonen waar het soms verkeerd kan lopen.  Tonen hoe het juist kan lopen.

 

Palliatieve zorg ligt u nauw aan het hart.  Een waardig levenseinde is wat u wenst voor iedereen.  Want uiteindelijk moeten wij allemaal doodgaan.  Vanuit die betrokkenheid en gedrevenheid richt u zich vaak tot de overheid.  Een echte eisenbundel is uw boek niet meteen.  Wel is uw vraag om meer te investeren in palliatieve zorg klaar en duidelijk.  Hierbij wijst u op een manifeste onderfinanciering waaruit moet blijken dat de overheid palliatieve zorg nog altijd gelijkstelt met terminale zorg.

 

U wijst tevens op de crisis in de zorg en de verantwoordelijkheid daarin van de overheid.  Er was een mogelijkheid tot ommekeer.  Met de coronacrisis.  Toen iedereen het belang van een goede gezondheidszorg ging begrijpen.  Toen iedereen zich schaarde achter het zorgpersoneel.  Dat moment hebben we laten voorbijgaan.  Om terug te keren naar de normaliteit.  Een normaliteit waarin nog vele dingen fout lopen en waarbij wij de zorgverlener nog al te vaak aan hun lot overlaten.

 

Beste Lien.  U schreef een indrukwekkend boek.  Alhoewel ik geen verpleegkundige ben, heb ik veel aan uw boek gehad.  U hebt mij doen nadenken over de zorg.  Over de rol van de verpleegkundige.  U hebt mij doen nadenken over het belang van een goede zorgverlening.  Voor de patiënt.  Voor de familie.  Voor de zorgkundige.  Voor de hele maatschappij.  U hebt mij doen nadenken over de dood.  Over het sterven.  U hebt mij geen angst aangejaagd.  Integendeel.  U hebt aangetoond hoe een afscheid mooi kan zijn.  Want dat is wat u wenst voor iedereen.  Dat is wat ik wens voor iedereen.  Het doet deugd te lezen dat er mensen zijn die voor die gedachte blijvend ijveren.  Ik wens u alle succes en wil u hierbij danken voor dit schitterende boek.

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.