Cosmopolitan Renaissance, gezien in Scharpoord, Knokke-Heist. Brief aan Koen Vanmechelen.

Gepubliceerd op 12 december 2022 om 13:15

Beste Koen,

 

Twee jaar terug kwam ik op bezoek bij u.  In Genk.  In Labiomista.  Twee jaar terug stapte ik een andere wereld binnen.  Een mij onbekende wereld.  Een wereld zoals het eigenlijk zou moeten zijn.  Een wereld zoals ik hoop dat die zou zijn.  De wereld, zoals ik die in mijn hoofd heb, zag ik daar verbeeld.  In woorden.  In beelden.  Ik zag een wereld waarin alles samenkwam.  Waarin alles in verbinding stond.  Het verleden met het heden.  Het heden met de toekomst.  De wereld met de buurt.  De buurt met de wereld.  De natuur met de mens.  De mens met de natuur.  Ik zag een wereld waarin grenzen er nauwelijks toe doen.  Waarin wij elkaar moeten ontmoeten.  In de ander moeten wij onszelf ontmoeten.  En andersom.  Uiteraard.  Wij moeten de muren rond onszelf slopen.  Wij moeten op de andere toestappen.  Onze armen openen.  Omarmen.  Twee jaar terug zag ik die wereld.  Die mooie wereld te kunnen zien maakte mij intens gelukkig.

 

Twee jaar later kan ik terugkeren naar uw wereld.  Niet in Genk.  Wel in Knokke-Heist.  Want in deze gemeente organiseert het Cultuurcentrum Scharpoord een overzichtstentoonstelling.  Cosmopolitan Renaissance, dat is de naam van de tentoonstelling.  Dit kon ik niet aan mij laten voorbijgaan.  Hier moest ik naar toe.  Dat was een zekerheid.  Omdat ik hoopte die intense ervaring van twee jaar terug te kunnen herbeleven.  Omdat ik hoopte dat intense geluk van twee jaar terug opnieuw te kunnen proeven.  Ik wou opnieuw uw wereld binnenstappen. 

 

Ik weet het.  Wij moeten uitkijken met te hoge verwachtingen.  Vaak worden die niet ingelost.  Net omdat ze te hoog zijn.  Met die angst kwam ik aan bij Scharpoord.  Want mijn wereld zou ineenstorten als die verwachtingen niet zouden worden ingelost.  Als ik zou moeten vaststellen dat uw wereld niet meer zou bestaan.  Dat mijn angst onterecht was, bleek meteen.  Ik kreeg een audioguide aangereikt.  Ik zette de hoofdtelefoon op.  In de eerste zaal duwde ik op het knopje.  Ik hoorde uw stem.  U sprak in mijn oren.  Zodra u sprak, werd de tijd stilgezet.  Uw stem klonk als een troost.  Die zachtheid van uw stem leek te suggereren dat alles goed zou komen.  Ik geloofde u.  Ik geloof u.  U moet nu niet gaan denken dat ik u beschouw als de heiland.  Dat ik u beschouw als een goeroe.  Dat ik u beschouw als een sekteleider.  Laat mij duidelijk zijn, ik ben een nuchtere jongen.  Ik laat mij niet al te snel meedrijven.  Maar soms doet het deugd te horen dat een mens het goed voor heeft met de wereld.  Dat een mens naar oplossingen zoekt in een losgeslagen wereld.  Dat een mens niet enkel optimistisch is maar dat hij datzelfde optimisme vertaalt in zijn handelen.  Uw stem nam mij bij de hand en leidde mij opnieuw uw wereld binnen.

 

Toch zijn het niet enkel uw woorden.  Indien ik dat zou beweren, zou ik oneer doen aan uw werken.  Dat is geenszins mijn betrachting.  Integendeel.  Woord en beeld gaan hand in hand.  Woord en beeld versterken elkaar.  Uw werken zijn de synthese.  Uw werken zijn een krachtige bundeling van uw woorden.  Eén beeld vat de vele woorden samen.  In pure schoonheid.  Ik sta stil.  Ik luister.  Ik kijk.  Ik word overmand.  Door emoties.  Ik kan bijna niet begrijpen dat één iemand een dergelijke boodschap op een zo krachtige en geloofwaardige manier kan uitdragen. 

 

Heel even was ik alleen op de wereld.  Voor de duur van de tentoonstelling was ik alleen op de wereld.  Ik had enkel oor voor wat u zei.  Ik had enkel oog voor wat u toonde.  De rest deed er niet toe.  De wereld was gereduceerd tot die ene zaal.  Tot dat ene werk.  Niks kon mij afleiden.  Opnieuw was ik uw wereld binnengestapt.  Een wereld van superieure schoonheid.  In die wereld kregen uw woorden dat extra laagje.  Dat laagje van kunstzinnige inventiviteit.

 

Ik kon niet blijven in uw wereld.  Dat is onmogelijk.  Mensen van de security zouden mij aangepord hebben de zaal te verlaten.  Dat besefte ik.  Ik wist dat ik ooit bij de uitgang zou arriveren.  Ik wist dat de deuren ooit achter mij zouden dichtslaan.  Dat moment wou ik zo lang mogelijk uitstellen.  Helaas, uiteindelijk kwam ik bij de uitgang.  Uiteindelijk stapte ik buiten.  Maar ik had die troost.  Ik kon mij troosten met de gedachte dat u mij alweer ontzettend gelukkig had gemaakt.  Jawel, de Rode Duivels hadden de kwartfinales niet gehaald.  Jawel, de oorlog in Oekraïne raast op een gruwelijke wijze voort.  Jawel, in Iran worden mensen opgepakt en veroordeeld omdat zij de straat opkomen voor een betere en vrijere wereld.  Dat alles bleef realiteit.  Maar u had mij een glimp getoond van een wereld voorbij die realiteit.  U had mij getoond hoe het zou kunnen zijn.  Hoe het zou moeten zijn.  U had mij een mooiere wereld getoond.  Een betere wereld.  Een wereld waarin wordt samengewerkt.  U had die wereld voor mij vertaald.  In warme woorden.  In schitterende werken.

 

Beste Koen.  U hebt mij opnieuw verrast.  Dat u mij een eerste keer kon verrassen, vond ik fijn.  Dat u mij ook een tweede keer kon verrassen, vind ik buitengewoon.  Ik schreef eerder in deze brief dat ik een nuchtere jongen ben.  Dat is zo.  Tegelijk ben ik ook een optimistische jongen.  Optimisme kan rare sprongen maken.  Het kan gebeuren dat optimisme plots uitdooft.  Daarom moet het gevoed worden.  Heel regelmatig.  Dat hebt u zonet gedaan.  Bij u heb ik mijn reservoir aan optimisme kunnen bijtanken.  Daarvoor wil ik u danken.  Van ganser harte.

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb