Uitgelezen: De goede voorouder - langetermijndenken voor een kortetermijnwereld. Brief aan Roman Krznaric.

Gepubliceerd op 5 januari 2022 om 13:04

Beste Roman,

 

Het langetermijndenken.  Het zou een evidentie moeten zijn.  Toch is het dat niet.  Wij zouden ons kunnen neerleggen bij dat collectieve falen.  Dat weigert u te doen.  Omdat u meent dat het langetermijndenken niet kan ontbreken in het zoeken naar oplossingen voor vele uitdagingen.  Meer nog, het langetermijndenken is al te vaak de ontbrekende sleutel.  U stelt vast dat onze tijd wordt gekenmerkt door een ziekelijk kortetermijndenken.  Wij leven langer maar we denken korter.  Zo gaat het er aan toe in onze wereld.  Jawel, u ziet uitzonderingen.  In de wereld van kunst en wetenschap.  Bij bedrijven en politieke activisten.  Helaas zijn die uitzonderingen een marginaal verschijnsel.  Die uitzonderingen zouden de regel moeten worden.  Dat is wat u wenst.  Dat is wat u wil.

 

In uw nieuwste boek maakt u duidelijk waarom u dat wenst.  Het is altijd goed als wensen een zeker fundament hebben.  Wensen zonder voedingsbodem zijn enkel bedoeld voor sinterklaas en de kerstman.  In de grote wereld dienen wensen evenwel onderbouwd te zijn met argumenten.  Dat is wat u doet.  De coronacrisis maakt ons duidelijk dat wij moeten denken, plannen en budgetteren met het oog op de diverse gevaren die in het verschiet liggen.  Wat voor de coronacrisis geldt, geldt net zozeer voor de klimaatcrisis.  Of voor de ongecontroleerde technologische ontwikkelingen.  Het langetermijndenken is noodzakelijk om de gevaren van kortzichtigheid het hoofd te bieden en veerkracht op te bouwen in het licht van een uiterst onzekere toekomst.  In dat langetermijndenken zullen we de kernaspecten van de samenleving – hoe onze economie functioneert, hoe ons politiek bestel werkt, hoe onze steden eruitzien – grondig moeten heroverwegen en herinrichten.  U zegt dat wij onze temporele verbeelding avontuurlijk zullen moeten invullen.

 

Het langetermijndenken zou een evidentie moeten zijn.  Dat schreef ik reeds in de eerste lijn van mijn brief.  Wij kunnen ons dan afvragen waarom het niet gebeurt.  Waarom wij het nalaten.  Op die vraag tracht u een antwoord te geven.  Wij moeten het onderscheid maken tussen het marshmallowbrein en het eikelbrein.  Het marshmallowbrein staat dan voor de korte termijn terwijl het eikelbrein voor de lange termijn staat.

Onze zucht naar snelle beloning is bijna legendarisch.  Gebrek aan vertrouwen en angst voor schaarsheid kunnen aanzetten tot het kortetermijndenken.  Dat denken situeert zich in het marshmallowbrein.

Maar we hebben dus ook het eikelbrein.  In dat brein situeert zich het vermogen om aan de toekomst te denken of die te exploreren.  Wij worden geleid door de voorstellingen die zij zich maakt van toekomstige mogelijkheden.  Dit vermogen stelt ons in staat om te overleven en te gedijen.

 

Wij zouden dus kunnen schakelen.  Wij zouden ons dus kunnen laten leiden door ons eikelbrein.  Helaas stelt u vast dat het eikelbrein duidelijk wordt overheerst door onze kortetermijn-marshmallowbrein en dat het eikelbrein slechts met grote moeite aan zijn greep kan ontsnappen.  Ver vooruit denken is een verbluffende innovatie van het brein.  Alleen moeten we begrijpen dat deze vaardigheid nog in de kinderschoenen staat.  Wij moeten dus aan het werk.  Dringend.  Wij moeten ons eikelbrein versterken en de sluimerende kracht ervan activeren.  Wat wij moeten doen, is onze hersenen prikkelen tot een verder hier en een langer nu.

 

Dat klinkt gemakkelijker gezegd dan gedaan.  Meer nog, heel dat betoog klinkt nogal vaag.  Daarom geeft u in uw boek aan hoe dat te realiseren.  U geeft zes manieren van denken op lange termijn aan waarbij elke manier betrekking heeft op onze onderlinge afhankelijkheid en onze verbondenheid met de levende wereld.  Wij moeten ons een zekere nederigheid aanmeten met betrekking tot de diepe tijd.  Wij moeten gaan beseffen dat ons vergankelijke bestaan in het niets valt bij de immense tijdsspanne van de kosmische geschiedenis.  Dat is een eerste manier van denken.  Een andere manier is dat wij moeten denken als erflaters en onszelf de vraag stellen hoe we goed kunnen herinnerd worden.  Bij de derde manier komt de intergenerationele rechtvaardigheid om de hoek kijken, waarbij wij ons de vraag moeten stellen waarom wij de zevende generatie moeten respecteren.  De vierde manier omvat de kunst van het plannen in de verre toekomst en wordt het kathedraaldenken genoemd.  De vijfde manier omvat het holistisch voorspellen waarbij een langetermijnpad voor de beschaving centraal wordt gesteld.  De laatste manier tenslotte is een denken waarbij een transcendent doel vooropgesteld wordt, een poolster waar de mensheid op kan varen.

 

Ik besef het, die korte samenvatting kan het vermoeden van zweverigheid aanwakkeren.  Dat zou jammer zijn.  Want in uw boek werkt u elke manier van denken helder uit.  U verwijst naar voorbeelden.  Waarbij duidelijk wordt dat deze verschillende manieren een hoog realiteitsgehalte hebben.  Om alles heel duidelijk te maken schetst u enkele tijdsrebellen, die de zes manieren van langetermijndenken in praktijk brengen, in een ambitieuze poging om de mensheid een nieuwe beschavingsweg te doen inslaan.  U zoekt die tijdsrebellen in drie domeinen: politiek, economie en cultuur.

 

Ik zou die tijdsrebellen kunnen benoemen.  Net zoals ik deed met de zes manieren van denken.  Toch zal ik het niet doen.  Het zou ons te ver voeren.  Een brief moet kort zijn.  Dat is wat ik steeds betracht.  Alhoewel ik dien te erkennen dat ik al te vaak van die betrachting afwijk.  Maar dat is dan weer mijn enthousiasme.  U ziet, alles heeft zo zijn redenen.  Ook het feit waarom het ons voorlopig niet lukt om het langetermijndenken te omarmen.  Wij hebben te doen met gedateerde instituties.  Wij moeten opboksen tegen de macht van de gevestigde belangen.  Er is de onzekerheid in het hier en nu, gekoppeld aan onvoldoende besef van urgentie.

 

Toch mogen wij niet wanhopen.  U stelt dat wij een tot actie prikkelende radicale hoop moeten verkiezen boven een zichzelf versterkende cyclus van passieve wanhoop.  Om het langetermijndenken ingang te doen vinden spoort u ons aan tot collectieve en individuele actie.  Met deze brief sluit ik mij aan bij uw oproep.  In de hoop dat anderen uw boek zullen lezen en zullen vaststellen hoe het anders kan.  Hoe het anders moet.

 

Beste Roman.  U stelt vast.  U verklaart.  U reikt oplossingen aan.  U toont voorbeelden.  Uw boek schetst een zwarte toekomst.  Aanvankelijk.  Maar u toont een uitweg waardoor uw boek uiteindelijk een bundeling van hoop en verandering wordt.  Ter wille van die boodschap wil ik u van ganser harte danken.  Dank.  Dank.  Dank.

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.