Uitgelezen: Ik ben een eiland. Brief aan Tamsin Calidas.

Gepubliceerd op 29 december 2021 om 13:06

Beste Tamsin,

 

Ik heb er wel eens aan gedacht.  Aan een kluizenaarsbestaan.  Als alles eventjes te druk wordt.  Als alles eventjes te veel wordt.  Dan lijkt het idee van kluizenaar zo verleidelijk.  Maar die gedachte gaat telkens weer voorbij.  Ik blijf waar ik ben.  Omdat ik te veel goede dingen zou mankeren.  Goede dingen die mij binden aan mijn plek.  Mijn vrouw.  Mijn familie.  Mijn vrienden.  Dromen doe ik dus wel.  Maar daar blijft het bij.  Die dromen alleen al brengen de nodige rust.

 

U deed het anders.  U leefde uw leven.  In Londen.  In Notting Hill.  U leefde intens.  U leefde volop.  Tot enkele dingen alles op zijn kop zette.  Er was dat ongeval.  Er waren die overvallen.  Uw veilige plek werd een hel.  U zocht naar vluchtwegen.  U zocht naar alternatieven.  Dat alternatief vond u.  Op een klein Schots eiland in de Hebriden.  U verhuist.  Op basis van een foto.  Een foto die alles verandert.  Het lijkt alsof dat boerderijtje op die foto u roept.  Het is de stilte die u verleidt.  Die ingevallen stilte doet u een vervallen schuur kopen.

 

U hoopt in die boerderij de plek te vinden waar leven en werk in evenwicht is en het huis een veilig en rustig toevluchtsoord is.  Dat is het ook.  In de eerste weken.  Die eerste weken lijken wel een idylle.  Maar niks is zoals het lijkt.  Heel zachtjes druppelt de realiteit binnen.  De harde realiteit.  Al snel wordt duidelijk dat leven niet zal volstaan.  U zal moeten overleven.  Dat wordt de grootste uitdaging.  U gaat aan de slag.  Als boer.  Als hulpje in een peuterklas.  Als tuinier.  Alles doet u om toch maar geld in het laatje te brengen.

 

Tussen al die jobs door hebt u ook nog een leven.  In dat leven lijkt u steeds meer geïsoleerd te staan.  De relatie met uw man gaat zienderogen achteruit.  Om uiteindelijk te eindigen in een breuk.  In die kwakkelende relatie is er dan ook nog eens uw kinderwens.  Een kinderwens die niet ingelost wordt.  Geen kinderen.  Geen man.  U staat alleen.  Of toch niet helemaal.  Enkel bij Cristall, een andere eilandbewoonster, vindt u steun.  Aan haar kan u alles zeggen wat niet uitgesproken hoeft te worden.  Bij haar gaat u nadenken over uw leven.  Over uw huwelijk.  Over uw kinderloosheid.  Jawel, het leven van een kluizenaar kan best wel hard zijn.

 

Het eiland telt 120 bewoners.  Dan moet het wel gemakkelijk zijn om vrienden te maken.  Dat zou een mens kunnen denken.  Helaas.  Het tegendeel is waar.  De eilandbewoners beschouwen u als een indringer.  Dat laten zij duidelijk blijken.  Niet enkel in woorden.  Ook in daden.  Zij reiken u niet de hand.  Enkel de vuist tonen zij u.  U beseft het.  U staat alleen.  Hulp hoeft u niet te verwachten.

 

U zou kunnen capituleren.  Maar dat weigert u.  U plooit terug op u zelf.  U vindt steun bij Cristall.  Maar vooral bij de natuur.  In de natuur.  U ontdekt de kracht van de natuur.  U leeft van wat de natuur u geeft.  U aanvaardt dankbaar.  Voetje per voetje leert u in de natuur te staan.  U luistert naar de bomen.  Naar de bloemen.  Naar de planten.  Naar de struiken.  Het kan gek klinken maar zij geven u wijze lessen.  Dit zou een moment kunnen zijn waarop ik als lezer afhaak.  Omdat alles een beetje te zweverig wordt.  Maar toch gebeurt het niet.  Integendeel.  Mijn band met u wordt inniger.  Omdat u zo echt bent.  Omdat u zo eerlijk bent.

 

Een net zo grote troost vindt u in het water.  In het ijskoude zeewater vindt u een bijna onuitputtelijke kracht.  Uw dagelijkse zwemtochten brengen redding.  Dat zwemmen werkt helend.  U vindt uzelf terug.  Uw sterkere ik.  U ontdekt dat het leven minder ingewikkeld wordt zonder dagelijkse omgang met mensen.

 

Ondanks dat besef blijft u zoeken.  Ondanks uw al dan niet zelfopgelegde isolatie blijft u zoeken.  Naar vriendschappen.  Vele pogingen mislukken.  Maar dan is er dat ene ding.  Dat ene ding dat de sleutel lijkt te zijn voor het begin van vele vriendschappen.  Dat ene ding is de muziek.  Die biedt een uitweg.  U lijkt zich heruitgevonden te hebben.  Via een lange en moeilijke omweg bent u tot uw nieuwe ik gekomen.  U verrijst.  U bent tot een levensles gekomen.  Op dat eiland beseft u dat alles moet kapotgaan om zich te kunnen vernieuwen.  Met die levensles in gedachten verovert u eindelijk een plek op het eiland.  Het lijkt alsof u thuis bent gekomen. 

 

U bent een wonderlijke vrouw.  U bent een sterke vrouw.  U bent een moedige vrouw.  U bent een vrouw waarvoor mijn respect tijdens het lezen groeit.  In uw verhaal bent u heel openhartig.  U verhult niks.  U toont uw kleine en grote kwetsuren.  U verwoordt uw kleine en grote tegenslagen.  Uw interne worstelingen onthoudt u ons niet.  U vertelt.  Open en bloot.  Maar in uw verhaal ontdek ik wijze lessen.  Over het leven en hoe dat leven te leven.  Over de dood en hoe te sterven.  Over de vriendschap en hoe die banden aan te houden.  Over de liefde en hoe die te geven.  Maar nog meer dan dat alles word ik ontroerd door dat ene.  U zoekt schoonheid in kleinheid.  In de natuur.  In gebaren.  Dat maakt mij nederig.  Bescheiden.

 

Beste Tamsin.  Heel soms begint men aan een boek zonder te weten wat te verwachten.  Uw boek was zo een boek.  Ik had helemaal geen verwachtingen.  Geen enkele.  Maar nog nooit eerder heb ik mij zo verbonden gevoeld met een auteur.  Die verbondenheid maakte uw boek tot een bijna unieke verrassing.  Tot een bijna unieke schoonheid.  Een schoonheid waarin ik enkel ontroering kon vinden.  Ontroering en wijsheid.  Levenswijsheid.  Voor dat intense boek wil ik u graag en uitgebreid danken.  Daarom dus.  Van ganser harte.  Dank.  Dank.  Dank.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.