Uitgelezen: Een film met Sophia. Brief aan Herman Koch.

Gepubliceerd op 15 december 2021 om 13:10

Beste Herman,

 

Dit wordt een moeilijke brief.  Omdat ik moet balanceren.  Ik dien te vermijden naar de ene kant over te hellen.  Ik dien te vermijden naar de andere kant over te hellen.  Ik moet balanceren op die dunne en slappe koord.  Vandaag ben ik niet alleen een briefschrijver.  Vandaag ben ik ook een evenwichtskunstenaar.  In die beide hoedanigheden richt ik mij tot u.

 

Tot voor enkele dagen had ik nog geen enkel boek gelezen van u.  Dat kan en mag verbazen.  U bent een gevierd auteur.  U schreef vele boeken.  Ik wachtte evenwel tot uw meest recente boek, Een film met Sophia, om met u kennis te maken.  Over dat boek wil ik het met u hebben in deze brief.  Het is dat boek dat mij tot balanceren noopt.

 

Ik had hoge verwachtingen.  In mijn vriendenkring schuilen vele fans van uw werk.  Als mij door hen gevraagd werd of ik al één van uw boeken had gelezen, diende ik telkens negatief te antwoorden.  Neen, dat had ik niet.  Dat zei ik hen.  Zij fronsten de wenkbrauwen.  Jawel, bij sommigen viel de mond open.  Van verbazing.  Mijn vrienden weten dat ik boeken lees.  Veel boeken.  Dat ik dan nog geen enkel boek van u gelezen heb, lijken zij niet te begrijpen.  Omdat ik telkens op die verbaasde blikken bots heb ik bij mijzelf gezocht naar een verklaring.  Die heb ik niet.  Het is zo.  Om mijn vrienden ter wille te zijn en om die leegte in mijn boekenlijst op te vullen, besloot ik uw meest recente werk te gaan lezen.  Eindelijk zou ik beginnen aan een Herman Koch.

 

Ik kan u meteen zeggen.  Ik heb mij geamuseerd met uw boek.  Ik heb gelachen.  Lichtjes.  Binnensmonds.  Wanneer ik alleen ben, vermijd ik luidop te lachen.  Mensen kunnen vreemd opkijken als zij een eenzame man luidop zien lachen.  Dat wil ik vermijden.  Ik wil de mensen rondom mij geen verkeerde signalen sturen.  Ik lach dus stilletjes.  In uw nieuwste boek laat u vele van uw persoonlijke meningen doorsijpelen.  Althans, ik veronderstel dat die meningen persoonlijk zijn.  U schrijft over de Nederlandse acteursgilde.  Over filmprojecten.  U schrijft over de noodzaak aan een volle agenda.  Over het recht om te annuleren.  U schrijft over sterren en kinderen.  Over vaders en sterren.  U schrijft over verhoudingen.  Over leeftijdsverschillen.  U schrijft over ouder worden.  Over de drang oom jong te willen blijven.  U schrijft over Sinterklaas.  Over kerstdag en nieuwjaar.  U schrijft over muziek.  Over selfies.  U schrijft over rondleidingen.  Over toerisme.  Dat alles doet u op een schitterende wijze.  Soms op een humoristische wijze.  Soms op een meer ernstige wijze.  In sommige standpunten kan ik mij vinden.  Bij andere standpunten plaats ik vraagtekens.  Maar dat is goed.  U daagt uit.  U wenst de lezer uit zijn kot te lokken.  Door heel soms te provoceren.

 

Dat is de ene kant van het verhaal.  Maar zoals u wel zal weten, heeft elk verhaal twee kanten.  Net zoals een medaille.  Over die andere kant van het verhaal wil ik het nu hebben.  Ik had het reeds geschreven.  Ik zou moeten balanceren.  Aan dat balanceren begin ik nu.  Ondanks het feit dat ik mij geamuseerd heb met uw boek, blijf ik toch enigszins verweesd achter.  De hoge verwachtingen werden niet ingelost.  Een verklaring meen ik te hebben gevonden.  Het verhaal, waaraan al die leuke overpeinzingen en meningen worden opgehangen, is te dunnetjes.  De afstand tussen mij en de hoofdrolspelers is te groot.  Ze raken mij niet.  Zij weten mij niet te raken.  Ik ben nochtans een gemakkelijke jongen.  Maar ondanks dat lukt het mij niet verbinding te maken.  Dat vind ik jammer.  Bijzonder jammer.  Ik had het mij nochtans zo gegund.  Ik had het u zo gegund.  Want ik weet nu al dat ik opnieuw op fronsende wenkbrauwen zal stuiten als vrienden mij vragen of ik al een boek van Herman Koch heb gelezen.  Deze keer zal ik positief moeten antwoorden.  Die vrienden zullen dus verder vragen.  Ze zullen vragen wat ik er van vond.  Dan zal ik hen moeten teleurstellen.  Ik zal hen moeten zeggen dat ik het verhaal niet zo goed vond.

 

Ik meen nochtans te begrijpen waarom mijn vrienden u goed vinden.  Dat antwoord vind ik in uw nieuwste boek.  Ik kan mij voorstellen wat er moet gebeuren als het verhaal en de overpeinzingen en opinies op een wonderlijk buitengewone manier samenvallen.  Dan moet het plezier dubbel zijn.  En het verhaal.  En de humor.  Ik zal uw naam dus niet schrappen van mijn auteurslijst.  Integendeel.  Ik ga op zoek naar eerder werk.  Naar Het diner.  Naar Zomerhuis met zwembad.  Naar De greppel.  Naar Finse dagen.  In die boeken meen ik het antwoord te kunnen vinden.  Het antwoord op de vraag waarom mijn vrienden zo hoog oplopen met u.

 

Beste Herman.  Ik wil u danken.  Voor dit boek.  Het was niet meteen de meest intense leeservaring.  Dat kan al eens gebeuren.  Ik neem het u geenszins kwalijk.  Want u hebt mij getriggerd.  U hebt mij nieuwsgierig gemaakt.  Naar uw vorige werk.  Want dat wil ik lezen.  U hebt mij dus niet afgeschrikt met uw nieuwste boek.  Integendeel.  U hebt mij met uw nieuwste boek naar u toegetrokken.  Daarvoor wil ik u danken.  Dank.  Dank.  Dank.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak een Gratis Website met JouwWeb