Uitgelezen: Bezorgde brieven (over de wereld van onze kinderen). Brief aan Marjan Minnesma en Jan Terlouw.

Gepubliceerd op 25 augustus 2021 om 12:34

Beste Marjan,

Beste Jan,

 

Laat mij maar meteen beginnen met het einde.  Met mijn besluit.  Ik heb uw boek graag gelezen.  Omdat u mij in uw boek voldoende argumenten aanleverde om het politieke narratief in België te counteren.  In 2015 dagvaardde VZW Klimaatzaak, in navolging van Stichting Urgenda in Nederland, de Belgische overheden.  Op 17 juni 2021 achtte de rechtbank van eerste aanleg de federale staat en de drie gewesten verantwoordelijk voor het falend klimaatbeleid.  Vlaams milieuminister Zuhal Demir reageerde op de uitspraak door te zeggen dat de afwezigheid van reductiedoelstellingen in het arrest een teken van respect is voor de scheiding der machten.  Anderen beweren dan weer dat de rechter op de stoel van het parlement gaat zitten.  Het zou de taak van het parlement zijn om af te dwingen dat een regering doet waartoe zij verplicht is.

 

Wij zitten in hetzelfde schuitje.  Dat denk ik als ik uw boek lees.  Dat denk ik als ik de politieke reacties lees op het gevelde vonnis.  Want wat hier gezegd wordt lijkt een echo te zijn van het verweer tegen de uitspraak in de rechtszaak tegen de Staat der Nederlanden over het landelijke klimaatbeleid.  Terugblikkend op die rechtszaak schrijft u dat men als burger naar de rechter kan stappen als men beschermd wil worden tegen een almachtige overheid die zeer schadelijke dingen doet met grote negatieve gevolgen voor diezelfde burger.  U meent dat dit het geval is met de ontwrichtende klimaatverandering.  Verder in uw boek stelt u dat de overheid de rechtsplicht heeft om haar burgers te beschermen.  Diezelfde overheid erkent ondermeer via klimaatverdragen het gevaar van de klimaatverandering.  Die rechtsplicht moet door de overheid ingevuld worden.  Dat doet zij via het klimaatverdrag waarin een reductie van 25 tot 40% van de broeikasgassen werd ingeschreven.  De rechter herinnert de politiek aan de gemaakte beloftes en spoort vanuit het recht aan tot actie.  Hierbij wordt meteen duidelijk dat een rechter eigenlijk geen reductiedoelstellingen moet opleggen.  Dat heeft de politiek reeds gedaan.  De politiek moet die evenwel respecteren en nastreven.

 

Behalve de toenemende tweedeling in de wereld maakt u zich zorgen over die klimaatverandering.  U bent doordrongen van de urgentie in deze zaak.  Wij kunnen ons verheugen over het klimaatakkoord van Parijs uit 2015 maar net dat akkoord maakt ons ziende blind.  Wij blijven nog steeds meer uitstoten.  U beseft dat wij alert moeten ingrijpen.  U zegt dat wij in een klimaatnoodtoestand leven en dat de politici volgens deze noodtoestand moeten handelen.  Helaas dient u vast te stellen dat uw besef van urgentie niet wordt gedeeld door de politiek.

 

Voor die politieke immobiliteit moeten er redenen zijn.  Vooreerst is er de enormiteit van de uitdaging.  Dat kan afschrikken.  De wereldwijde infrastructuur van fossiele brandstoffen moet vervangen worden door een soortgelijke infrastructuur van duurzame energie.  De neoliberale economische structuur van de laatste veertig jaar heeft een klein deel van de bevolking een grote financiële macht gegeven.  Die macht blijkt nu een hinderpaal te zijn voor het overgaan naar duurzame energie.  De economie zal daarom op een andere leest moeten geschoeid worden.  We zullen dus moeten raken aan sommigen die grote belangen hebben bij het huidige systeem.  Dat verklaart heel waarschijnlijk een groot deel van de koudwatervrees bij de politici.

 

U zegt dat niet enkel de overheid maar ook de burger de nodige stappen zal moeten zetten.  Het moet duidelijk zijn dat aanbevelingen alleen niet zullen volstaan.  Dwingende maatregelen zullen nodig zijn.  Politici menen dat het draagvlak voor een dergelijk beleid ontbreekt.  Nochtans zou in Nederland bijna zestig procent van de bevolking vinden dat de overheid strengere maatregelen moet nemen om de burgers te dwingen hun gedrag aan te passen.  Dat cijfer plaatst het ontbreken van een draagvlak in perspectief.  Bovendien kan een draagvlak ook gecreëerd worden.  U acht de rol van een goede communicatie en begeleiding daarin zeer belangrijk.  In die communicatie en begeleiding moet gefocust worden op hoop en vertrouwen.  Niet op angst en wantrouwen.  Helaas gebeurt dat laatste al te veel waardoor schrik voor verandering het hele debat gaat overheersen.

 

Bij het begin van uw boek dacht ik dat de brieven tussen u beiden zich enkel zou richten op het klimaat.  Voor het grootste deel is dat zo.  Toch maakt u in uw brieven ook plaats voor andere onderwerpen.  Zo blijft u stilstaan bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen.  Uw correspondentie loopt doorheen die verwarrende tijden.  U blikt terug op Trump.  U kijkt vooruit naar Biden.  U schrijft hierbij dat het wegnemen van de angst de belangrijkste taak zal zijn voor Biden.  Hij moet het vertrouwen in de overheid herstellen en moet tegelijk perspectief bieden.  Misschien verschilt die taak niet veel met de taak van onze politici.  U schrijft immers dat het heilige geloof in de markt veel kapot heeft gemaakt.  De overheid is ontmanteld.  U stelt vast dat hierdoor veel deskundigheid is verloren gegaan.  Met die vaststellingen kunnen en moeten onze politici ook aan de slag.  Net als Biden.

 

Het is niet enkel het klimaat.  Het is niet enkel Biden.  U schrijft over onmacht.  Over de wachtlijsten.  Over dierenrechten.  U schrijft over de liefde voor de natuur.  Over het kiesstelsel.  Over een burgerraad als toevoeging aan het democratische palet.  U schrijft over de rechtszaak tegen Shell.  Over de toeslagenaffaire.  Over de lakse houding van de media.   U schrijft over de noodzaak aan meer socialisme.  Over Extinction Rebellion.  Over de klimaatjongeren.

 

Al die onderwerpen worden in uw brieven aangehaald.  Sommige heel uitgebreid.  Anderen heel beknopt.  Maar telkens zijn zij een aanzet tot een verdere denkoefening.  Zij sporen de lezer aan die onderwerpen ter hand te nemen en daarover na te denken.  U noopt de lezer over die onderwerpen te reflecteren waardoor hij of zij hopelijk tot een eigen mening komt.

 

Beste Marjan.  Beste Jan.  U hebt mij uitgedaagd.  Met uw visie.  U hebt mij verrijkt.  Met uw wereldbeeld.  U hebt mij duidelijk gemaakt dat optimisme op zijn plaats is.  Ondanks de heersende lethargie bij onze heren en dames politici.  U kent de realiteit en toch blijft u geloven in een leefbare aarde.  Die boodschap neem ik mee.  Die boodschap voedt mijn vertrouwen.  Die boodschap voedt mijn hoop.  Dat heb ik begrepen.  Dat wil ik uitdragen.  Voor di boodschap wil ik u danken.  Van ganser harte.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.