Uitgelezen: De wereldwandelaars - een verbond van idealisten. Brief aan Wim Willems.

Gepubliceerd op 30 juni 2021 om 13:07

Beste Wim,

 

Ik ga op reis en ik neem mee: een goed boek.  Dat is het eerste, waarnaar ik grijp bij het pakken van mijn koffers.  Nog vóór mijn onderbroeken, kousen, truien.  Nog vóór mijn zonnebril, zonnecrème, zwembroek.  Nog vóór mijn stapschoenen, slippers, sportschoenen.  Een goed boek, dat is het eerste.  Het allereerste.  Want zonder goed boek kan een reis nooit geslaagd zijn.  U zou nu kunnen denken dat het kiezen van een goed boek toch wel een gemakkelijke klus moet zijn.  Dat is het niet.  Het blijft telkens een gok.  Een boek, dat verondersteld wordt goed te zijn en dus mee mag op reis, kan op plaats van bestemming toch een tegenvaller blijken te zijn.  Dat te moeten ervaren, doet mij balen.  Dat te moeten ervaren, legt een zware hypotheek op mijn reis.  Ik moet dus uitkijken.

 

De coronacrisis maakte het mij voorlopig onmogelijk te reizen.  Reizen werd plots te complex.  Testen.  Quarantaine.  Rode zone.  Oranje zone.  Groene zone.  Neen, het reisplezier was ver te zoeken.  Ik bleef thuis.  Wel kan ik zeggen dat uw boek een grote kanshebber zou geweest zijn om in mijn reiskoffer te belanden.  Want uw boek zou ik gecatalogiseerd hebben als een goed boek.  Waarom? U schrijft over reizen.  Reizen is mijn passie.  Altijd al geweest.  Op reis lezen over reizen zou dus een dubbel plezier geweest zijn.  Helaas, corona stak er een stokje voor.

 

Nu zal u veronderstellen dat ik uw boek aan de kant liet liggen.  Ongelezen.  Dat heb ik niet gedaan.  Ik ging uw boek lezen.  Net omdat ik niet kon reizen.  Uw boek schonk mij een alternatief.  U deed mij reizen in mijn hoofd.  Uw verhalen deden mij dromen van verre bestemmingen.  In mijn hoofd stapte ik mee met Frans, Bram, Gerard en Marie.  De vier wereldwandelaars.  Vanuit Amsterdam vertrok ik.  Naar Duitsland.  Zwitserland.  Italië.  Oostenrijk.  Hongarije.  Roemenië.  Turkije.  Egypte.  Libanon.  Syrië.  Palestina.  Te voet.  Per boot.  Heerlijk.  Ik kon reizen.  Ik kon de wereld zien.  Ik kon de wereld ontdekken.  Via uw boek.  Ik kan u nu al zeggen, voor die fantastische reis ben ik u nu al eeuwig dankbaar.

 

U deed mij niet enkel reizen doorheen de wereld.  U liet mij ook reizen in de tijd.  U voerde mij terug naar 1911.  Een tijd waarin reizen nog geen evidentie was.  Een tijd waarin reizen een voorrecht was van de betere klasse.  De gegoede klasse.  Een tijd waarin de wereldwandelaars nooit op reis hadden kunnen vertrekken.  Omdat zij buiten de lijntjes vielen.  Omdat reizen niet deel was van hun lotsbestemming.  De drie mannen zouden de fabriek in moeten.  De ene vrouw zou als dienstmeid aan de slag moeten.  Dat was het verwachtingspatroon.  Buiten dat patroon treden werd bestempeld als rebels.  Als duivels.  Het reizen werd hen afgeraden.  Werd bestempeld als een onzinnige onderneming.  Het idee van een verblijf in het buitenland joeg angst aan.  Zij kwamen uit laaggeschoolde families waar cultuur er niet echt toe deed en boeken er niet bij hoorden.  Maar dat weerhield hen niet.  Integendeel.  Dat was net die nodige stimulans.  Het was de angst voor de dagelijkse sleur dat hen deed reizen.  Dat hen wegdreef uit Nederland.

 

De vier wereldwandelaaars wilden de leerschool van het leven volgen.  Zij wilden als een betere versie van zichzelf huiswaarts keren.  De hang naar een sober leven.  Een romantische liefde voor de vrije natuur.  De eigen kern ontdekken door aanraking met andere mensen en culturen.  Dat waren hun drijfveren.  Dat dreef hen vooruit.  Zij vertrokken met al die ideeën in hun hoofd.  Ideeën die tijdens de reis zwaar op de proef werden gesteld.  Ideeën die hen tegelijkertijd op de been hielden.  Omdat dat was wat zij waren.  Geheelonthouders.  Vegetariërs.  Pacifisten.  Strijders voor sociale gelijkheid.  Jawel, onze vier wereldwandelaars hadden idealen.

 

Uw boek is een reisverslag.  Dat zal ik niet ontkennen.  Maar tegelijkertijd is uw boek ook een tijdsdocument.  U schrijft over vegetarisme.  Over rein leven.  Over naaktlopen.  U schrijft over communisme.  Socialisme.  Feminisme.  U schrijft over de onderdrukking door troon, beurs en altaar.  Over een wereld waarin de spanningen alsmaar groter worden.  Dreigender worden.  U schrijft over een wereld die kraakt in zijn voegen.  Van dat alles zijn onze wereldwandelaars getuige.  Zij zijn getuige van het moeilijke samenleven.  Zij capteren dat.  Geleidelijk aan krijgen zij oog voor de politieke ontwikkelingen.  Hun gezichtsveld wordt ruimer.

 

Uiteindelijk eindigt de grote wandeling met de Eerste Wereldoorlog.  Die oorlog dwingt hen terug te keren naar Nederland.  Met uitzondering van Frans.  Die blijft achter in Palestina.  Het plotse einde van de wandeling zou het einde van uw boek kunnen betekenen.  Toch is het dat niet.  U schrijft verder.  Omdat u ook nieuwsgierig bent naar hoe het de wereldwandelaars verder verging.  Naar wat er overbleef van hun idealen.  Naar wat de invloed was van het reizen en de opgedane ideeën op hun verdere leven.  Die nieuwsgierigheid houdt u bij de vier wereldwandelaars.  U neemt geen afscheid.

 

Terwijl de wereldwandelaars het eens waren over het verwoestende effect van het grootkapitaal op de maatschappelijke positie van de arbeiders, verschillen zij wel in hun visie over de mogelijke oplossing van de problemen.  In Nederland engageert Gerard zich in de communistische beweging.  Frans kiest in Palestina voor het zionistische ideaal van een eigen thuisland voor Joden.  Enkel Bram lijkt zich niet te kunnen vestigen.  Lijkt zich niet thuis te voelen op één plek.  Hij blijft reizen.

 

U vertrekt vanuit een kleine geschiedenis.  Een kleine geschiedenis van vier mensen.  Maar tegelijkertijd brengt u ons de grote geschiedenis.  De grote geschiedenis van de wereld.  De Eerste Wereldoorlog.  De Tweede Wereldoorlog.  Het Palestijnse vraagstuk.  U schetst de soms verwoestende effecten van die grote gebeurtenissen op de persoonlijke levens van vier eenvoudige Nederlanders.  Uw verhaal begon bij een scheepskoffer op zolder.  Vol papieren, foto’s en tekeningen.  Die ene scheepskoffer bracht u heel wat verder.

 

Beste Wim.  Ik wil u danken voor uw boek.  Voor de fantastische reis die u mij deed beleven.  Want, jawel, ik heb gereisd.  Telkens ik uw boek openklapte, voelde het alsof ik mijn stapschoenen aantrok.  Voelde het alsof ik op weg was met de vier wereldwandelaars.  Ik deed wat zij deden.  Ik voelde wat zij voelden.  Ik las niet.  Ik beleefde.  Intens genietend.  Uw boek was het perfecte medicijn voor tijden waarin reizen geen evidentie is.  Dat medicijn heb ik met heel veel plezier tot mij genomen. Daarom wil ik u voor dat wonderlijke en heilzame medicijn uitgebreid danken.  Dank.  Dank.  Dank.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

winnifred Mols-Perfors
3 maanden geleden

Dank je wel!! Was blij verrast deze blog te lezen en ja ik ben heel trots op mijn grootouders! Fijn dat je genoten hebt van de geschiedenis van hen, Wim heeft het boeiend verteld!