Uitgelezen: De laatste zomer in de stad. Brief aan Gianfranco Calligarich.

Gepubliceerd op 7 april 2021 om 12:56

Beste Gianfranco,

 

Het vooruitzicht een burgerlijk leventje te gaan leiden, kan best wel afschrikwekkend zijn.  Dat is ook zo voor Leo Gazzara, het hoofdpersonage uit uw boek.  Afstuderen, trouwen en geld verdienen lijken hem weerzinwekkende ideeën.  Hij slaat op de vlucht.  Hij trekt weg uit Milaan.  Verhuist naar Rome.  Aanvankelijk gaat hij werken als correspondent bij een medisch-literair tijdschrift.  Het plotse einde van dat correspondentschap lijkt alle ambities bij Leo Gazzara te doven.  Alle ambities.  Op amoureus vlak.  Op professioneel vlak.  Hij is tot de conclusie gekomen dat een mens het beter kan houden bij het observeren van het leven.  Hij gaat aan de kant staan.  Alsof hij zichzelf verbant uit het leven.

 

Het leven valt stil.  Dat zou kunnen gedacht worden.  Toch is dat niet helemaal zo.  Aan de zijkant van het leven valt er toch nog enige activiteit te noteren.  Heftig is het allemaal niet.  Om de tijd te doden trekt Leo elke dag naar de zee.  Met een boek.  Dat alleen kan niet volstaan.  Het zou mooi zijn maar toch is het onvoldoende.  Er moet brood op de plank.  Daarom gaat hij bij een krant aan de slag.  Als typist.  Die betrekking vult hij vrijelijk in.  Hij wandelt binnen op de redactie zoals het hem uitkomt.  Hij vult de werkuren nogal flexibel in.  Alles kabbelt rustig verder.  Hij ontmoet vrienden en vriendinnen.  Thuis.  In de bars.  Op restaurant.  Echt diepzinnig worden de gesprekken nooit.  Zoals hij gekozen heeft in het leven aan de kant te staan, kiest hij er consequent voor ook in de persoonlijke contacten aan de oppervlakte te blijven.  Dat lijkt te veranderen als hij Arianna ontmoet.  Die ontmoeting schudt Leo slechts eventjes wakker.  Het leven gaat slechts kortstondig sprankelen.  Al vrij snel dooft die hervonden energie uit.  In plaats van naar elkaar toe te groeien, duwen zij elkaar uiteen.  Nooit zal de relatie tot volwassendom komen.  Niks lijkt te lukken.  Alsof Leo het met opzet doet. 

 

Een saai figuur.  Dat zou kunnen gedacht worden.  Toch is dat niet helemaal zo.  Ik vat sympathie op voor Leo.  Hij lijkt mij te charmeren.  Ook al besef ik dat zijn levenshouding weinig inspirerend is.  Het is die nonchalance die mij aanspreekt.  Het zwerven doorheen de stad.  Langs cafés en resto’s.  Langs cinema’s.  Het verdwalen in de stad.  Alleen dat al oefent een bezwerende aantrekkingskracht op mij uit.  Het doet mij dromen.  Doet mij fantaseren.  In gedachten treed ik in zijn voetsporen.  Terwijl ik wel degelijk besef dat enkel dat onvoldoende kan zijn als invulling van een leven.  Maar toch.  Leo doet het met zo een overtuiging dat hij mij doet twijfelen.  Zijn leventje lijkt heerlijk te zijn.  Het lijkt zijn natuurlijke aard te zijn.  Maar dat alles blijkt slechts schijn te zijn.  Het einde van uw boek heb ik nodig om mij wakker te schudden.  Aan het eind van uw boek moet ik vaststellen dat Leo het eigenlijk ook niet weet.  Dat alles in zijn handelen slechts een façade is.  Dat ook hij zoekende is.  Zonder noodzakelijk de antwoorden te vinden.

 

Leo is het hoofdpersonage.  Het enige hoofdpersonage.  Dat zou kunnen gedacht worden.  Toch is dat niet helemaal zo.  Want dan zouden wij voorbijgaan aan dat andere hoofdpersonage, Rome.  Die stad is prominent aanwezig in uw boek.  Zo prominent dat de stad ook een hoofdrol opeist.  Naast Leo.  U zegt dat Rome onverbiddelijk is.  Dat men de stad slechts op twee manieren kan zien.  Men kan ervan houden.  Men kan ervan wegvluchten.  Andere opties zijn er niet.  Een tussenweg bestaat niet.  Het is heerlijk vertoeven in de stad.  Leo lijkt die stad te omarmen.  Campo dei Fiori.  Trinita dei Monti.  Piazza Navona.  Piazza San Silvestro.  Via Frattina.  Trastevere.  Piazza del Popolo.  Op al die plaatsen lijkt Leo thuis te zijn.  Hij lijkt van de stad te houden.  Maar alweer lijkt dat schijn te zijn.  Wat de stad werkelijk doet, is omknellen.  Zachtjes wurgen.  Zachtjes verstikken.  Terwijl ik dacht dat Leo van de stad en het daarbij horende stadsleven houdt, is dat in de feiten niet zo.  Hij moet wegvluchten.  De laatste zomer in de stad, duidelijker kan de titel van uw boek niet zijn.

 

Negen jaar terug was ik in Rome.  Dat herinner ik mij nog goed.  Glashelder staat het mij voor de geest.  Omdat 2012 het jaar was dat Whitney Houston stierf.  Ik vernam dat nieuws in de Hard Rock Café.  In Rome.  Op de Via Vittorio Veneto.  U bracht mij opnieuw naar die fenomenale stad.  U deed mij die reis van negen jaar terug herbeleven.  Ik zag mij wandelen in die stad.  In de voetsporen van Leo.  Hij was mijn gids.  Mijn zwijgzame gids.  Hij bracht herinneringen naar boven.  Fijne herinneringen.  Aan een fijne stad.

 

Beste Gianfranco.  Er gebeurt weinig in uw boek.  Dat zou een punt van kritiek kunnen zijn.  Toch is het dat niet.  Want ondanks dat gebrek aan actie, weet uw boek mij te bekoren.  Uw boek krijgt mij in zijn greep.  Dat u dat weet te bewerkstelligen, pleit voor u.  U creëert een sfeer.  U gebruikt een taal.  Een sfeer en een taal die weten te boeien.  Die weten te imponeren.  Die weten te overtuigen.  Uw boek is een pareltje.  Een pareltje, dat ik zal koesteren.  Een pareltje dat mij confronteert met die ene vraag.  Die ene vraag waarom uw boek mij weet te verleiden.  Het antwoord op die vraag weet ik nog altijd niet.  Maar net dat maakt uw boek zo intens verleidelijk.  Voor dat alles wil ik u uitermate danken.  Dank, dank, dank.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.