Uitgelezen: Roest. Brief aan Jakub Malecki.

Gepubliceerd op 30 december 2020 om 11:24

Beste Jakub,

 

Eindejaar. De laatste dag van een toch wel vreemd jaar. Een jaar dat we snel willen vergeten. Een jaar dat we snel willen doorspoelen. Toch zijn er dingen die ik best wel bij mij wil houden. Die ik best wel wil herinneren. Boekgewijs denk ik hierbij aan de vele boeken die mij wisten te ontroeren. Die mij tot andere inzichten wisten te brengen. Corona zal die intense leeservaringen niet uitwissen. Integendeel. Net door corona zal ik die ervaringen nog harder koesteren. Zo gebeurde ook met uw boek. Uw boek was het laatste boek dat ik dit jaar las. Ik kan en wil het u nu reeds zeggen. Een lezer kan zich geen beter boek wensen om het jaar af te sluiten. Afsluiten doet men in schoonheid. Dat wordt toch zo gezegd. Welnu, uw boek schonk mij die schoonheid. In overvloed.

 

U bent een van de hoogstgewaardeerde schrijvers van de jongere generatie. U werd genomineerd voor diverse literaire prijzen, waaronder de Angelusprijs en de prestigieuze Nike-literatuurprijs 2017. U verschijnt regelmatig op radio en televisie. Dat alles kon ik lezen op de achterflap van uw recentste boek. Desondanks was u mij onbekend. Nog nooit had ik van u gehoord. Nog nooit had ik over u gelezen. Dat zou voldoende kunnen zijn om aan u voorbij te gaan. Onbekend maakt per slot van rekening onbemind. Dat lijkt zo te zijn. Op algemene regels zijn er evenwel altijd die uitzonderingen. U was die uitzondering. Ik ging u lezen. Net omdat u mij onbekend was. Mijn onbekendheid met u maakte mij nieuwsgierig.

 

U doet mij kennismaken met Szymon, een zevenjarig jongetje. Ik leer hem kennen op het moment dat hij zijn beide ouders verliest. Zij komen om in een auto-ongeval. Plots staat het jongetje helemaal alleen. Of toch niet. Hij kan terecht bij zijn grootmoeder. Bij oma. Bij Toska. Zij vangt hem op. Zij voedt hem op. Uiteraard, zou ik kunnen denken. Dat is wat grootmoeders doen. In het ergste noodweer bieden zij bescherming. Dat is wat zij doen. Telkens weer. Toch is het niet evident. Er moet geschakeld worden. Er moet omgeschakeld worden. Oma zal dingen moeten leren. De kleinzoon zal dingen moeten leren. Noodzakelijke dingen moeten geleerd worden om te kunnen samenleven. In een nieuw leven moet een nieuwe weg uitgetekend worden.

 

U vertelt het leven. Het leven van Szymon. Het leven van Toska. Bij de kleinzoon kijkt u vooruit. U toont ons hoe hij opgroeit. Hoe hij worstelt. Hoe hij struikelt. Wij zien hem vrienden maken. Wij zien hem diezelfde vrienden verliezen. Wij zien hem zoeken naar de liefde. Liefde die hij vindt. Liefde waaraan hij weer gaat twijfelen. Bij de oma kijkt u achterom. Naar een leven dat geweest is. In dat voorbije leven verweeft u de geschiedenis van een land. De geschiedenis van Polen. In die geschiedenis stond oma met beide voeten. De geschiedenis is niet langs haar gepasseerd. Neen, de geschiedenis heeft haar getroffen. Geraakt. Zij heeft dingen gezien. Dingen die een mens nooit zou mogen zien. Zij heeft dingen meegemaakt. Dingen die een mens nooit zou mogen meemaken. Grootmoeder heeft littekens. Vele littekens. Maar altijd weer vindt zij een reden om te leven. Haar dochter. Als die dochter wordt weggerukt, is er de kleinzoon. Pas als de kleinzoon weggaat bij haar, verliest haar leven de enige houvast. De enige reden om te leven.

 

Het leven van oma gaat naar het einde. Zij leeft in de herinneringen. Zij sluit dingen af. Het leven van de kleinzoon staat nog maar aan het begin. Alles staat nog open. Hij kan nog alle richtingen uit. Een leven aan het begin. Een leven aan het einde. Beide levensverhalen weet u op een schitterende en aangrijpende wijze te vertellen. Levensverhalen die samenlopen. Uiteengaan. Om dan toch weer samen te komen.

 

Alles komt goed. Dat wordt in uw boek steeds weer gezegd. Bij de grootste tegenspoed. Bij de grootste rampen. Altijd weer komen die woorden bovendrijven binnen de familie van oma. Als troost. Als teken van hoop. Bijna moet ik denken aan de woorden van Bassie en Adriaan. Wat er ook gebeurt, altijd blijven lachen. In die (minder literaire) woorden lees ik datzelfde verlangen naar troost. Uiteindelijk gaat het leven voort. Maar ik weet niet of alles goed komt. Ik weet niet of oma zich uiteindelijk weet te bevrijden van de herinneringen. Ik weet niet of de kleinzoon zijn leven op de sporen krijgt. Beide lijken de confrontatie uit de weg te gaan. Of toch niet. Aan het einde van uw boek nemen zij een besluit. Maar of daarmee alles goed komt. Ik weet het niet.

 

Ik sluit 2020 af. Met een schrijver die ik niet kende. Met een schrijver die ik nu iets beter ken. Met een schrijver die ik nog beter wil leren kennen. Via oudere boeken. Via nieuwere boeken. Ik sluit 2020 af. Met een boek dat ik dicht bij mij zal houden. Met een boek dat ik aan iedereen zal aanbevelen. Met een boek waarvan ik nu al weet dat hij hoog in mijn lijst van allerbeste boeken zal staan. Zal blijven staan.

 

Ik wil u danken voor dit meesterwerk. Ik begrijp dat ik voorzichtig moet zijn met woorden van lof. Dat besef ik ten volle. Maar net die voorzichtigheid doet mij dat ene woord gebruiken. Omdat ik weet dat het in niks overdreven is. Omdat ik weet dat het in niks de waarheid geweld aandoet. U schreef een meesterwerk. Zo is het. Zo heb ik het ervaren. Zo wil ik het meegeven.

 

Beste Jakub. Rest mij nu nog één ding. Eén ding wil ik u nog meegeven aan het einde van mijn brief. Dat ene ding zijn mijn woorden van dank. Want op die woorden hebt u recht. Als teken van mijn appreciatie voor uw vakmanschap. Als teken van mijn appreciatie voor uw beheersen van het literaire ambacht. Daarom dus. Bedankt. Van ganser harte.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.