Uitgelezen: De Markies. Brief aan Eveline Rethmeier.

Gepubliceerd op 28 oktober 2020 om 13:22

Beste Eveline,

 

Geschiedenis. Mijn favoriete vak op school. Nu nog steeds kan ik mij verliezen in de grote verhalen van de geschiedenis. Het boeit mij. Het fascineert mij. Het interesseert mij. Boeien, fascineren, interesseren, het lijkt wel de Heilige Drievuldigheid. Nu zou u kunnen denken dat ik enkel oog heb voor die grote en grotere verhalen. Dat is het niet. Kleine en kleinere verhalen weten mij net zozeer te beroeren. Omdat in die verhalen vaak de gevolgen van de grotere verhalen binnensluipen. Omdat die verhalen tonen hoe de grotere verhalen ingrijpen in het leven van alleman. In alle lagen van de maatschappij. Grote verhalen waaieren uit en vertakken zich in vele kleinere verhalen. Die vertakkingen volg ik graag omdat zij mij de geschiedenis nog beter doen begrijpen. Omdat zij die geschiedenis nog meer kleuren. Met uw boek plaatst u mij in één van die ‘kleinere’ verhalen.

 

Met uw boek keren wij terug naar het einde van de negentiende eeuw. Wij keren terug naar Bretagne. De Franse Revolutie is net geen honderd jaar voorbij. Toch wordt de protagonist uit uw verhaal, Markies De Rays, nog geconfronteerd met de gevolgen van die revolutie. Aan het eind van die negentiende eeuw had de standenmaatschappij plaats gemaakt voor een meer egalitaire samenleving. De adellijke families waren hun privileges kwijtgeraakt. Net als de Kerk. Als kleine jongen groeide de Markies op met herinneringen aan een verdwenen wereld. In die verdwenen wereld had de adel, waarvan zijn familie deel uitmaakte, aanzienlijk veel macht. Die macht werd hen ontnomen. De kleine jongen hoorde niet enkel de verhalen van die verdwenen wereld. Daarbovenop kwamen nog de verhalen van een nieuwe wereld. Een grotere wereld. Die verhalen pikte hij op in de haven. Bij de reders. Al die verhalen zetten zich vast in het hoofd van die kleine jongen. Die kleine jongen ging dromen.

 

Kleine jongens worden groot. Grote jongens worden mannen. Dan kan het al eens gebeuren dat mannen die dromen uit hun kindertijd willen vertalen naar de werkelijkheid. De Markies wou zijn droom verwerkelijken. Hij wilde een nieuw koninkrijk. Om de wereld te ontdekken. Om fortuin te maken. Om zijn familienaam in ere te herstellen. Om wat verloren ging te herstellen. Zijn project kreeg een naam. Zijn koninkrijk kreeg een naam. La Nouvelle France. Een koninkrijk waar normen en waarden opnieuw van betekenis zijn. Waar men zich veilig voelt. Waar men zich rijk kan voelen. Waar men rijk kan worden. Dat leek het verkooppraatje te worden. Het verkooppraatje om kolonisten naar dat eilandje bij Papoea-Nieuw-Guinea te krijgen. De Markies ging aan de slag.

 

Zijn idee leek aan te slaan. Op velen had het verhaal een sterke aantrekkingskracht. Omdat het verhaal in zich de mogelijkheid droeg van een ideale maatschappij waarin mensen zonder conflict met elkaar in welvaart zouden kunnen leven, ver weg van de malaise in Europa. Want in Europa heerste crisis. Dan kan de belofte om snel fortuin te maken gemakkelijk ingang vinden.

 

Wij volgen het gekke avontuur van de Markies. Wij lezen over het aanvankelijke succes. Over de latere afgang. Wij zien hoe die droom heel geleidelijk verbrokkelt. De beloofde hemel op aarde blijkt voor de afgereisde kolonisten een hel te zijn. Honger, ziekte en dood is wat hen wacht op dat eiland. De kolonisten, die een leven in armoede ontvluchtten, komen van de regen in de drup. Het project wordt één grote nachtmerrie. Voor de kolonisten. Voor de Markies. Heel geleidelijk komt de Markies alleen te staan. De enthousiaste aanhangers haken af. De getrouwen haken af. De mannen van het eerste uur haken af. Enkel de Markies blijft achter. Hij blijft geloven in het succes van zijn nieuwe koninkrijk, waar hij nooit een voet aan land zette.

 

Ondanks de vele tegenslagen blijft de Markies geloven in zijn project. Zelfs voor de rechtbank blijft hij trouw aan zijn project. Hij valt het niet af. Het lijkt wel alsof hij in een parallelle wereld leeft, ver weg van de echte wereld. Hij lijkt het contact met de realiteit te verliezen. Badend in luxe en omringd door gewillige vrouwen blijft hij geloven dat hij de mensen een nieuw leven biedt. Ondanks alle ramp en tegenspoed op het eiland blijft hij geloven dat hij de mensen een nieuwe kans biedt. Een nieuwe kans, weg van de armoede waarin zij leefden.

 

Ik lees het verhaal van de Markies. Het verhaal dat u mij vertelt. Tijdens dat verhaal tracht ik mijn houding te bepalen tegenover de Markies. Ik moet vaststellen dat mijn houding tijdens het lezen heel regelmatig wijzigt. Soms noem ik hem een oplichter. Een oplichter zondermeer. Soms noem ik hem een gek die aan waanideeën lijdt. Soms noem ik hem een visionair voor wie de wereld waarin hij leefde te klein was en die daadwerkelijk een utopisch nieuw land wilde stichten. Mijn oordeel maakt continu een slingerbeweging. Nooit weet ik het zeker.

 

Wat ik wel zeker weet, is dat ik tijdens het lezen heel regelmatig moest denken aan de huidige tijden. Ik moest denken aan Trump. Ik moest denken aan de Brexit. Omdat ik gelijkenissen lees in uw verhaal. Waarheden worden verdraaid. Een eigen werkelijkheid neemt het over. De pers wordt als manipulator aan de kant gezet. De pers wordt als de vijand bestempeld. Eigen informatiekanalen zien het licht. Kanalen waarin het eigen grote gelijk een vrij podium krijgt. Ik hoor en zie praatjesmakers. In uw verhaal. In de huidige wereld.

 

Trump. Brexit. Ik zie nog een derde gelijkenis. In uw verhaal lees ik de redenen waarom vandaag de dag mensen hun land ontvluchten. Ik lees in uw verhaal de redenen voor de huidige migratiecrisis. Mensen verlaten hun landen omdat datgene waarnaar zij heen gaan nooit erger kan zijn dan datgene wat zij achterlieten. Omdat de hoop op een beter leven hen verder drijft. Omdat zij willen blijven geloven in die droom ondanks alle negatieve berichten. Al die dingen lees ik in uw verhaal. Het maakt uw verhaal nog boeiender. Nog interessanter. Nog actueler.

 

Beste Eveline. Ik wil u danken voor dit ‘kleine’ verhaal. U bewijst met verve dat die kleine verhalen hun bestaansrecht hebben. Dat zij de lijnen in de grote geschiedenis duidelijk maken. Begrijpelijk maken. Ik schoof aan tafel bij de Markies. Ik scheepte in en voerde mee naar La Nouvelle France. Ik voelde de honger. Ik zag de dood. Ik nam plaats in de rechtbank. U liet mij dit avontuur beleven. U liet mij dit avontuur bijna aan den lijve ondervinden. Zo intens was het. Zo betrokken was ik. Voor die reis doorheen een periode van de grote geschiedenis wil ik u danken. Van ganser harte.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.