Uitgelezen: Zo zie je alles. Brief aan Donald Niedekker.

Gepubliceerd op 8 juli 2020 om 12:40

Beste Donald,

 

Vaak heb ik mij de vraag gesteld wat het ambacht van schrijven precies inhoudt. Ik wist wel wat het resultaat van dat prachtige ambacht was. Vele resultaten heb ik mijn handen gehad. Vele resultaten heb ik mogen lezen. Boeken, zij zijn mij dierbaar. Desondanks was een omschrijving van wat dat ambacht precies was niet zo makkelijk. Ik heb lange tijd gezocht. Helaas heb ik een antwoord nooit gevonden. Dat veranderde toen ik uw nieuwste boek las. Toen werd mij alles duidelijk. Pas toen zag ik het helder voor mij.

 

In uw nieuwste boek laat u één iemand aan het woord. De verteller. Hij vertelt. Eén boek lang. De verteller is een potloodslijper. Bij Ikea. Dagelijks slijpt hij drieduizend potloodjes. U weet wel, die potloodjes die wij bij de ingang meenemen om onze voorkeuren neer te schrijven. Om de artikelnummers over te schrijven. Om de afmetingen af te schrijven zodat wij thuis kunnen nazien of alles wel in die ene kamer kan. Potloden slijpen dus, dat is wat de verteller doet. Al dertig jaar lang. Binnenkort gaat hij op pensioen.

 

De verteller heeft niet enkel een beroep. Hij heeft ook een hobby. Hij weet hoe hij zijn vrije tijd nuttig kan besteden. Dat lijkt zo te moeten zijn. Om de verveling ver weg te houden. Miniatuurbouw, dat is zijn poging om die mogelijke verveling voor hem uit te drijven. In zijn werkkamer bootst hij de werkelijkheid na. Op schaal. Het kan u misschien vreemd lijken maar potloodslijpen en miniatuurbouw zijn nauw aan elkaar verwant. Het slijpen van potloden heeft de verteller een scherp inzicht gegeven in de minimale verschillen. Zo is ook de wereld gemaakt van die minimale verschillen. Die verschillen moet hij weten te vangen in zijn nabouwen van de werkelijkheid. Het belang van het detail zijn in beide bekwaamheden noodzakelijk. Zonder detail geen geslepen potlood. Zonder detail geen geloofwaardige nabootsing van de realiteit.

 

Via een lange omweg kom ik uiteindelijk uit bij mijn inleiding. Want in de manier waarover u schrijft over miniatuurbouw wordt mij duidelijk wat schrijven zou moeten zijn. Of zou kunnen zijn. Ik meen te mogen veronderstellen dat u op eenzelfde manier te werk gaat als uw verteller bij het bouwen van miniatuurlandschappen. Ik zie hoe u rondom u de reeds geschreven bladzijden verzamelt. U legt ze nog niet weg. Elke pagina ligt te wachten. Want u grijpt terug. U grijpt terug naar deze of gene pagina. Om te schrappen. Om te schaven. Om te vijlen. Om toe te voegen. Om te herschrijven. Elk woord heeft zijn waarde. Verwerft die waarde pas op de juiste plaats. Die juiste plaats zoekt u. Schrijven is zoeken. Is schrappen. Schrijven is geduldig zijn. Is kritisch zijn. Schrijven is het scheppen van een wereld. Is het creëren van een ambiance. Een ambiance, die op vele manieren kan gelezen worden. Dat is wat u doet. Dat is wat de verteller doet. Terwijl ik verder lees in uw boek lijkt het mij alsof de verteller en u samenvallen. Althans, dat is wat ik meen. Dat is wat ik voel. Maar zoals ik al zei, elkeen leest het boek op een andere wijze. Op zijn eigen wijze. Zo vele lezers, zo vele meningen.

 

Nog een ding hebben u en de verteller gemeen. Het oog voor detail. U ziet die dingen, die niemand anders zouden opvallen. Die dingen worden gevat in een miniatuurlandschap. Die dingen worden gevat in een verhaal. Die obsessie met details zou kunnen afstoten. Dat doet het niet. Geenszins. Het vergroot net de betrokkenheid van de lezer. Het verhaal van een potloodslijper had eentonig kunnen zijn. Had best wel vervelend kunnen zijn. Maar niet in uw handen. Niet in handen van een ambachtsman. Uw liefde voor de details gaat over in liefde voor de potloodslijper. Die liefde voelen wij. Die liefde nemen wij over.

 

Wij leren niet enkel de potloodslijper kennen. Wij leren ook de verteller kennen. Want u laat toe dat hij uitweidt. Over zijn leven. Over het boerenbedrijf. Over zijn vader. Over zijn moeder. U laat toe dat hij uitweidt. Over zijn loopbaan. Over zijn carrière. Over zijn collega’s. Over zijn kijk op het naderende pensioen. De verteller wordt een mens. Van vlees en bloed. Een mens, waarvoor ik een warme sympathie koester. Hij wordt mij dierbaar.

 

Niet enkel schrijft u over die ene mens. Net zozeer schrijft u over het leven. Dat doet u op een bijzonder interessante manier. U geeft de miniatuurpoppetjes uit die vele realiteiten op schaal een verhaal. Dat verhaal vertelt u. Een verhaal dat telkens weer verandert. Naargelang de omstandigheden. Naargelang uw gemoedsgesteldheid. In al die verhalen blijkt telkens weer hoe snel het leven gaat. Hoe snel iedereen door het leven raast. Alsof wij zelf in de wereld zijn gezet als een kant-en-klaar poppetje in een modellandschap.  Wij razen maar voort.  Zonder oog voor details. Dat foutje herstelt u. Dat foutje herstelt de miniatuurbouwer. Door net dat detail de hoofdrol te laten spelen in het gemaakte landschap. In het geschreven verhaal.

 

Ik besef dat ik nog weinig heb geschreven over het eigenlijke verhaal. Het verhaal dat u schreef. Maar misschien hoeft dat helemaal niet. Niemand moet weten wat te verwachten. Ik wist het ook niet. Ik liet mij overrompelen. Door de kracht van uw verhaal. Door de schoonheid van uw verhaal. Door de intensiteit van uw verhaal. Ik liet mij innemen door de potloodslijper. Hij zette zijn deuren voor mij open. Ik ging binnen. Ik keek. Ik luisterde. Ik zag een geduldig man. Ik zag een liefdevolle man. Ik zag een man die van de mensen hield.

 

Beste Donald. Uw boek was een verrassing. Een complete verrassing. Ik heb mogen ervaren wat er gebeurt als elk woord zijn juiste plaats krijgt. Als elk woord zijn juiste plaats krijgt, is er magie in het spel. U was die literaire magiër. U toverde voor mij een wereld van rust. Ver weg van alle drukte. In die wereld heb ik met veel plezier een tijdje mogen wonen. Voor dat toegangsticket tot een unieke wereld wil ik u van ganser harte danken. Dank, dank, dank.

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.