Uitgelezen: Blaffende honden. Brief aan Sandro Veronesi.

Gepubliceerd op 8 januari 2020 om 13:17

Beste Sandro,

 

Blaffende honden bijten niet. Aan dat gezegde moest u heel waarschijnlijk denken als u kijkt naar het drama dat zich afspeelt op de Middellandse Zee. Als u denkt aan de bootvluchtelingen die onderweg naar een beter leven verdrinken op zee. U schrijft opiniestukken. Zonder gevolg. U tweet en retweet. Zonder gevolg. U stelt uw regering en meer bepaald uw vicepremier in gebreke. Zonder gevolg. Al uw schrijfsels brengen niks teweeg. Dat frustreert u. Dat ergert u. U vraagt zich af wat u nog meer kan doen. U komt tot een drastisch besluit. Voortaan zal u niet meer schrijven. De pen gaat aan de kant. U gooit uw lichaam in de strijd. U besluit in te schepen op één van de ngo-reddingsschepen die nog overgebleven zijn. U besluit dat bekende Italianen hun lichaam als wapen moeten gebruiken. Als megafoon.

 

Over die poging tot inschepen gaat uw boek. Want het is niet evident. Niet evident én niet eenvoudig. Dat blijkt al snel. Eigenlijk komt het vooral neer op wachten. Lang wachten. Uw geduld wordt op de proef gesteld. U schippert tussen hoop en wanhoop. Tussen verlangen en twijfel. Enkele keren krijgt u de melding dat inscheping heel binnenkort zal volgen. Om dan weer een berichtje te ontvangen dat het dan toch niet zal doorgaan. In dat lange wachten blijft u toch nog schrijven. Om de tijd te doden. Om de frustratie van u af te schrijven. Per slot van rekening bent u auteur. U schrijft om den brode. Dat is wat u doet. Uw boek is dus niet enkel een verslag van uw lange wachten. In uw boek ventileert u ook. U laakt een inhumaan en onrechtvaardig beleid.

 

U hekelt Matteo Salvini. In een reactie op de vluchtelingen spreekt uw vicepremier (heden ten dage ex-vicepremier) over een luizenleventje. Hij vergelijkt die bootvluchtelingen met luxe cruisepassagiers. U steigert. U bent verontwaardigd. Dat een vicepremier dergelijke taal in de mond durft te nemen, shockeert u. U kijkt om u heen. U stelt een vervalsing van de werkelijkheid vast. Een vervuiling van de taal. Als u het enige troost mag bieden, kan ik u zeggen dat ook in mijn land sommige politici zich aan dergelijke praktijken wagen. Ik besef het, het is slechts een kleine troost. Of helemaal geen troost. Uiteindelijk komt u tot het besluit dat niet het gevoerde beleid de kern van het debat is. Wat wel de kern zou moeten zijn, is het verschil tussen leven en dood. Want daar draait het volgens u om. Daar komt het uiteindelijk op neer.

 

U hebt het in uw boek over de haatcampagne tegen George Soros. Hoe hij gelinkt wordt aan de redding-ngo’s in de Middellandse Zee. Onterechte beweringen zijn het. Valse argumenten zijn het. U hebt het in uw boek over de lastercampagne tegen ngo’s. Dat zij zouden samenwerken met mensensmokkelaars. Dat zij ISIS-terroristen zouden binnenlaten. Alweer onterechte beweringen. Alweer valse argumenten. Maar het nare van de zaak is dat die beweringen blijven hangen. Zij worden geloofd. Zij worden nauwelijks tegengesproken.

 

Uw boek is niet enkel het relaas van uw vergeefse wachten. Bovenal is uw boek een harde kritiek op het gevoerde of net niet gevoerde beleid van Europa. Terwijl u zit te wachten groeit bij u opnieuw het besef dat blaffen misschien toch wel zin heeft. Want dat is wat honden doen als zij gevaar ruiken. U gaat dus schrijven, schrijven, schrijven, schrijven, … In de hoop zo nog meer honden wakker te maken. Honden die op hun beurt ook gaan blaffen en wakker schudden.

 

Op de achterflap van uw boek wordt datzelfde boek een persoonlijke en poëtische oproep genoemd voor ons continent en onze tijd. Dat is het ook. Maar bovenal is uw boek een noodzakelijk boek. Een boek dat moet gelezen worden. Omdat het helder en duidelijk zegt waar het op staat. Waar het om draait. Het draait om mensen. Het redden van die mensen zou een prioriteit moeten zijn. Zonder afleidingsmaneuvers. Zonder politieke spelletjes. Die bootvluchtelingen zouden ons moeten duidelijk maken dat wij in staat zijn mens te zijn.

 

U schreef een dun boekje. Een dun boekje dat lang blijft nazinderen. Een dun boekje dat lang blijft nagalmen. Nu nog steeds hoor ik de echo van uw boek. Uw initiatief heeft mij geraakt. Uw boek heeft mij ontroerd. Ik hoop dat ik met deze brief één van uw blaffende honden kan en mag zijn. Ik hoop dat ik met deze brief andere mensen aanspoor uw boek te lezen. Want dat is wat moet gebeuren met uw boek. Uw boek moet gelezen worden. Ik weet dat ik voorgaande reeds schreef in mijn brief. Maar in deze is herhaling een noodzaak.

 

Beste Sandro. Ik wil u van ganser harte danken voor uw boekje. Voor uw heldere betoog. Voor uw oprechte engagement. Dank. Dank. Dank.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.