Uitgelezen: Ezelsoren. Brief aan Johan Braeckman.

Gepubliceerd op 18 januari 2023 om 13:08

Beste Johan,

 

Een boek van Johan Braeckman? Tot voor kort zou ik er niet aan begonnen zijn.  Een te zware uitdaging, dat dacht ik.  Een te grote intellectuele uitdaging, dat is wat ik werkelijk dacht.  U zou kunnen denken dat ik mij zelf te laag inschat.  Dat is het niet.  Ik ken mijn beperkingen.  Ik weet dat ik mijzelf kan verliezen in al te grote redeneringen.  Al snel kan ik de weg kwijtraken.  Nochtans, op de weg blijven is aangewezen bij zulke boeken.  Toch besef ik tegelijk dat uitdagingen niet uit de weg mogen gegaan worden.  Uitdagingen moeten aangepakt worden.  Dat is wat mijn vader altijd zei.  Mijn vader is een wijs man.  Met die wijze raad van een vader begon ik aan uw nieuwste boek.  Dat leek mij immers een goede start om met u kennis te maken.  Als schrijver.  Als denker.  Uit al uw afgewerkte teksten maakte u een preselectie van een honderdtal teksten.  Daarvan werden er uiteindelijk vijftig weerhouden.  Uw nieuwste boek kan daardoor beschouwd worden als een best of.  Dat is wat grote bands altijd doen.  In het midden van een carrière blikken ze even terug.  Heel even blijven stilstaan.  Om dan weer vooruit te kunnen.  Dat is wat u doet.  Ik vond het alvast een schitterend idee.

 

Net voor ik aan uw boek begon, hadden wij elkaar ontmoet.  Op een boekvoorstelling.  In Gent.  Ik sprak u aan.  Over mijn angst te beginnen aan uw boek.  U stelde mij gerust.  Ik hoefde niet te vrezen.  De moeilijke stukken kon ik aan mij laten voorbijgaan.  Waarbij u eraan toevoegde dat ik ook de (al te) gemakkelijke stukken links kon laten liggen.  Wat u eigenlijk voorstelde, is dat ik zelf mijn leespad kon uitstippelen.  Want dat is het interessante aan uw boek.  Uw boek heeft geen begin.  Geen midden.  Geen einde.  Ik zelf kon de volgorde bepalen.  Ik kon van gemakkelijk naar moeilijk gaan.  Ik kon van moeilijk naar gemakkelijk gaan.  Ik kon moeilijk met gemakkelijk afwisselen.  De mogelijkheden waren bijna onbeperkt.

 

Ik begon bij de eerste pagina.  Om zo naar de laatste pagina toe te werken.  Zoals ik altijd deed met een boek.  Ik begin te lezen en moet meteen lachen.  Mijn vrouw kijkt op.  Waarom lach jij, dat is haar vraag.  Ik ga mij amuseren met dit boek, dat zeg ik haar.  Weg is mijn angst.  Weg is mijn vrees.  In wat ik lees, vind ik een geruststelling.  Jawel, ik zal bij de les moeten blijven.  Aandacht is een noodzaak.  De weg verliezen zal ik evenwel niet doen.

 

Uw boek is een uitnodiging.  Een invitatie om mee na te denken over de door u geselecteerde thema’s.  Die thema’s zijn talrijk.  U schrijft over complottheorieën.  Over wezelwoorden en vaagtaal.  U schrijft over Arthur Conan Doyle en zijn geloof in elfjes.  Over het scheermes van Ockham.  U schrijft over het onwaarschijnlijkheidsprincipe.  Over geruchten en geïmproviseerd nieuws.  U schrijft over bedrog en zelfbedrog.  Over intuïtie en levenservaring.  U schrijft over het International UFO Museum and Research Center.  Over het Creation Museum.  U schrijft over de rechtvaardige-wereldmisvatting.  Over het belang van onderwijs.  U schrijft over luiheid.  Over lijden en euthanasie.  U schrijft over veroudering en onsterfelijkheid.

 

U schrijft over vele dingen.  Telkens in stukken van enkele pagina’s.  Dat maakt uw boek behapbaar.  Er kan één stuk gelezen worden om het boek dan weer terzijde te leggen.  Dat is nodig.  Dit boek vraagt om slow reading.  Ik hoef er niet doorheen te razen.  Hiervoor mag ik mijn tijd nemen.  Dat doe ik dus.  Ik lees.  Ik geniet.  Want dat is wat ik doe, ik geniet.  In uw boek stelt u zichzelf de vraag waarom uw boek gelezen zou worden.  Het zou kunnen gelezen worden om op te scheppen.  Het zou kunnen gelezen worden om te genieten.  Ik ben geen opschepperig type.  Ik lees om te genieten.  Dat genot schenkt u mij.  Waarbij u erover waakt dat er al eens gelachen mag worden.  Filosofie mag dan ernstig zijn, u weet dat die ernst al eens moet doorbroken worden.

 

Nu kan het lijken dat uw boek gesneden koek is.  Dat is het niet.  Moeilijker wordt het als u schrijft over religie.  Als u schrijft over de evolutietheorie.  Dan moet ik even bijschakelen.  Dan moet ik mijzelf dwingen bij de les te blijven.  In deze teksten schuilt het gevaar van afdwalen.  Maar alweer, u houdt mij bij de les.  U weet het boeiend te houden.  Waardoor ik weiger bij die fragmenten het boek dicht te klappen.  Waardoor ik weiger bij die fragmenten door te bladeren.  Dat aanklampen wordt beloond.  Zo lees ik in uw stukken over religie over een planeet.  Over een planeet die lichtjaren van ons is verwijderd.  U doet mij verlangen naar die planeet.  Een planeet waarop de uitdagingen worden aangepakt.  Waarop de uitdagingen niet voor zich worden uitgeschoven.  U doet mij geloven dat het mogelijk is.  U doet mij geloven dat het kan.  Als …

 

In al uw stukken staat één ding centraal.  Het denken.  U toont hoe het werkt.  U toont de mogelijke valkuilen.  U toont mogelijke fouten in het denkproces.  U toont de voordelen van een helder en juist denkproces.  Niet enkel de voordelen voor de denker zelf.  Ook de voordelen voor een maatschappij.  U toont ons de mechanismes van het denken.  U toont ons de uitdagingen bij het denken.  Op een heldere wijze maakt u duidelijk dat denken een nooit aflatend leerproces is.  Dat het een proces is met vallen en opstaan.  U toont helder aan dat na het vallen opnieuw moet opgestaan worden.  Dat na het vallen moet doorgegaan worden.

 

Ezelsoren.  Ik heb het niet gedaan.  Ik heb geen hoeken van pagina’s omgeplooid bij een interessante quote.  Bij een interessante theorie.  Achteraf bekeken zou dat een onbegonnen werk geweest zijn.  Al te veel hoeken zou ik moeten omgeplooid hebben.  Om diezelfde redenen heb ik ook geen zinnen met potlood of balpen onderlijnd.  Ook dat zou onbegonnen werk zijn.  Boeken moeten intact blijven.  Zelfs na het lezen.  Geen ezelsoren dus bij mij.  Maar die weigering neemt niet weg dat ik oprecht meen dat de titel van uw nieuwste boek niet beter kon gekozen zijn.  Omdat uw boek werkelijk uitnodigt tot het maken van die specifieke oortjes.

 

Nu ik toch begonnen ben met bekentenissen, kan ik er nog eentje aan toevoegen.  Aan het eind van elk stuk voegt u een literatuurlijst toe.  Voorlopig heb ik daar nog niets meegedaan.  Maar dat kan komen.  Dat kan gerust komen.  Want heel waarschijnlijk grijp ik nog terug naar uw boek.  Om stukken te herlezen.  Want ook dat is wat uw boek doet.  Uw boek nodigt uit tot herlezen.  Te gepasten tijde.  Op die momenten van herlezen vind ik misschien ook de tijd voor die lijst.  Zeker weet ik het niet.  Maar het blijft een mogelijkheid.  Een optie.  Tijd zal het bepalen.

 

Beste Johan.  Ik ben enorm blij dat ik mocht kennismaken met u als schrijver.  Het werd een boeiende kennismaking.  Het werd een interessante kennismaking.  Een kennismaking die noopt tot een vervolg.  Jawel, ik heb de smaak te pakken.  Uw nieuwste boek bleek een perfecte eyeopener te zijn.  Daarvoor wil ik u dus danken.  Uitgebreid en van ganser harte. 

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.